27 oktober 2006

Verslag: Customer First

Woensdag was het de eerste editie van Customer First, een event rond mogelijkheden van internettechnologie voor de interactie met de klant. Naar verluidt zijn er in deze eerste editie 1620 marketing-, sales- en communicatie-professionals op afgekomen. De communicatiecampagne op voorhand was dan ook zeer intensief. Ik heb hen zelfs moeten bellen om te vragen om te stoppen met me mailings te versturen omdat ik me al een aantal maanden geleden had ingeschreven ;-) Dus in elk geval een succes qua opkomst.

De organisatie ter plaatse was me echter niet zo duidelijk. Ik had er toch een ruimte verwacht waar je op je gemak kon luisteren naar de key note speakers en de opstelling gaf me eerder de indruk dat dit maar bijkomstig was. Het was voorzien in een hoekje, met veel te weinig stoelen en allerhande omgevingsgeluiden zodat je de spreker niet altijd kon begrijpen en de slides moeilijk kon zien.

Ik heb dan ook maar anderhalve uiteenzetting meegevolgd. De presentatie van Mike Panaggio - C.E.O. of DME (a Direct Marketing Experience) vond ik persoonlijk een tegenvaller. Hij was niet goed voorbereid, had véél te veel slides en heeft een inleiding gegeven over hoe goed hij wel is en hoe goed hij zijn personeel verwent die langer duurde dan de inhoud die hij wou brengen. Amerikaanse marketingblabla zonder dat we echt zaken konden zien. Ik vermoed echter dat hij misschien bewust zo heeft gedaan. Zijn enige bedoeling was de call to action: bezoek je persoonlijke (landings-)pagina op http://www.customerfirst06.com/ilse.jansoone en log in met mijn e-mail adres ijansoone@partena-ziekenfonds.be. Eén van zijn direct marketing producten. En hier kan hij perfect tracen wie hij voor zich had en persoonlijk met je verder kan communiceren. Je merkt ook meteen de virale techniek "refer a friend." Stuur de contactgegevens van een kennis door en ze sturen hem een eigen gepersonaliseerde homepage. Ik vraag me wel af in hoeverre de Belgische markt hiervoor openstaat maar het is natuurlijk wel goed gevonden om surfgedrag van prospecten te volgen. Persoonlijk verkies ik als prospect anoniem te blijven tot ik beslis om meer info te vragen aan het bedrijf. Volgens mij maakt hij de bocht dus wat te kort. Wat vind jij?

Tussen haakjes, niet teveel die gepersonaliseerde pagina bezoeken hé, want ik krijg steeds een mail met een bedanking en een reminder om het verder te forwarden ;-) Véél te agressief voor mij dus.

Ik had wel sympathie voor een aantal van zijn boodschappen, hoe algemeen het ook klonk:

  • durf, doe, meet, leer en stuur bij.
  • innoveer, stimuleer de risiconemers
  • 1 to 1 marketing = pick up the phone!
  • er is geen sustainable advantage meer, het kan allemaal niet meer goedkoper, creëer een ervaring, dat is wat mensen willen en wat mensen bijblijft

De tweede presentatie van Joakim Borgström - Creative Director and partner of DOUBLEYOU Barcelona, España was in tegenstelling tot die eerste wel heel, héél praktisch. Hij legde van naaldje tot draadje uit welke stappen hij had gezet om een interactief en viraal spel te bouwen waarbij je Ronaldinio met de muis kan laten dribbelen en het spel kan doorsturen naar een bekende. Alle stappen werden uitgelegd, van research tot uitwerking. Ik heb het niet volledig blijven volgen want het duurde me te lang. Ik heb het resultaat dan ook gezocht op internet maar nergens gevonden, ook niet op zijn portfolio. Misschien was het een avant première.

Daarna heb ik hier en daar nog wat stands bezocht. Nog eens wat cases gaan beluisteren bij OX2. Verschillende nieuwe ideeën gekregen van de mensen van Netlash. Eens gaan kennismaken bij Permesso en Extenseo.

Nog een aantal zaken die mijn collega Vanessa heeft opgestoken tijdens een aantal workshops in de namiddag:

1.Online video in a 2.0 world

Er zijn 3 manieren om video via het web beschikbaar te stellen

  • Streaming: live of ?on demand? beelden overbrengen, met een minimale buffering op de client side. Hiervoor heb je wel ?dure? streaming server software nodig(RTMP)
  • Progressive download: Enkel on demand beelden, die in stukjes in de cache van de browser geladen worden. Hiervoor heb je geen streaming server stoftware nodig. http volstaat.
  • Download: Enkel ?on demand? beelden die bekeken kunnen worden nadat alle data is gedownload. Hiervoor heb je eveneens geen streaming server software nodig. Je kunt wel copyright beslommeringen krijgen

Flash 8 is DE software om video beschikbaar te stellen via het web! De meeste mensen hebben het (het is ruimer verspreid dan bv. Acrobat Reader) en het is cross-browser en cross-platform

2. Search Marketing

Het succes van internetmarketingcampagnes t.o.v. klassieke campagnes is vooral te wijten aan het feit dat alles op de voet kan gevolgd worden en dat de resultaten onmiddellijk beschikbaar en meetbaar zijn. Bovendien is de instapdrempel laag door de beperkte instapkosten.

3.Web beyond the browser

Het web ontgroeit de browser en vindt steeds meer zijn weg naar desktops, Ipods, GSM?s en andere media. Hier liggen nieuwe technologieën zoals RSS, AJAX en Flash aan de grondslag.

4.Content los van de drager

Zoekmachines, newsfeeds en RSS maken het voor de gebruiker makkelijker content op het overzichtelijke en volledig op de behoefte van de surfer afgestemde manier tot zich te nemen.

5.Gebruik van Open Source

Ontwikkelingsmethode die ervan uitgaat dat de broncode van software gratis voor iedereen beschikbaar wordt gesteld. Waarom te verkiezen boven ?gesloten? software?

  • onafhankelijkheid (je bezit zelf de broncode)
  • hergebruik => organische groei => verhoging van de kwaliteit
  • Open standaarden

6.Persoonlijke nieuwsbrieven

Aan de hand van gegevens die de klant over zichzelf opgegeven heeft (gezin of vrijgezel, man of vrouw, sportief of niet, ?.) is het mogelijk een om persoonlijke nieuwsbrief naar de mensen te verzenden. Het principe is eenvoudig. Maak één grote nieuwsbrief met daarin verschillende artikels. Per artikel definieer je de doelgroep. Zo kunnen er uit één grote nieuwsbrief verschillende persoonlijke nieuwsbrieven geëxtraheerd worden.

Al bij al was het dus zeker de moeite waard!

24 oktober 2006

e-Atelier-dag 1: het huiswerk

Na de eerste e-atelierdag kregen we de opdracht om jezelf in het theoretisch kader met de 4 kwadranten te definiëren. Waar sta ik zelf als kunstenaar? Zit ik daar goed? Waar ik mee? Waar wil ik naartoe? Hier gaan we.

Bekijk alvast eens mijn werk en laat me weten wat je er zelf van vind.

Zelf zie ik het zo. Ik denk dat ik me sowieso eerder aan de reportage/anders zien kant bevind dan aan de metaforische/abstractiekant. Blijkbaar zit ik diep vastgeworteld in de wereld om echt te kunnen abstraheren of symboliseren. Hoewel dit laatste me heel erg interesseert en ik hier zeker wat oefeningen in wil doen. Ik voel me dus meer in de richting reportage/anders zien. Daar zit ik te worstelen. Mijn onderwerp zijn vooral ruimtes die een bepaalde sfeer oproepen. Het gaat over ruimtes gevuld met organische, niet realistische vormen die tafels, zetels en stoelen kunnen zijn. Ik streef naar een evenwichtige, behaaglijke sfeer door toch gebruik te maken van veel warme kleuren. Maar, ik blijf vaak plakken in die realiteit. Ik vertrek van foto's die deze "fantastische" wereld al benaderen en vertaal die dan naar een schilderij. Zelf is het mijn bedoeling om zo'n wereld te kunnen creëren, voorstellen, erin te kunnen wandelen en fragmenten daaruit te schilderen om zo mensen mee te nemen in die utopische, ideale wereld met veel kleur, licht, ruimte, sfeer. Op zich hoeft het niet direct een zware textuur te hebben hoewel het materiaal wel heel belangrijk is, maar niet als doel op zich. Ik wil glanzende en matte oppervlakken combineren en zo nog meer ruimtelijkheid scheppen. Dus ik wil echt wel die wereld creëren, dat anders zien benadrukken, maar ik heb nog te veel het concrete, de foto nodig om hier voluit in te gaan. Uit de klemtonen die ik hierboven beschrijf blijkt duidelijk dat ik niet direct de "reportage-" kant benadruk. Voor mij is het verhaal niet zo van belang maar des te meer het materiaal die ik gebruik en het effect die ik ermee bereik. Er zit voor mij wel een verhaal achter die utopische wereld, maar het is niet mijn eerste doelstelling om die naar anderen duidelijk te maken. Mijn eerste doel is het kunnen creëren van die wereld in mijn hoofd en daar toeschouwers in mee te nemen. Zich erin laten verliezen in die onherkenbare, vervreemde, solitaire ruimtes die toch de ultieme rust, kalmte, behaaglijkheid uitstralen en je snel op het gemak brengen om erin te stappen. Zo wil ik dit zelfs doortrekken naar muurschilderijen, zo groot dat je precies in die ruimte kan binnenstappen. Ik zou op termijn dan ook willen experimenteren met het trompe l'oeil effect.
Waar zit ik nu. Ik heb dit onderwerp gevonden een 2-tal jaar geleden. Eén jaar heb ik gewerkt op kleurgebruik in die organische wereld wat resulteerde in het kopiëren van foto's van ontwerpers die dergelijke wereld voor mij hebben gecreëerd. In die zin ging ik volledig mee in het "anders zien" van die ontwerpers. Ik heb geleerd om in het hoofd van die mensen te kruipen en ander "meubilair" in deze ruimtes te plaatsen. Vorig jaar heb ik op allerhande materiaal en technieken gewerkt om verder dan dat "andermans zien" te gaan en eigen "anders zien" te creëren. Maar dat lukte enkel in eenvoudiger composities. Ik rij me vaak vast in de combinatie van kleur, organische vormen en de sfeer... De sfeerschepping lukt al aardig in eenvoudige perspectivistische composities. Hier ben ik al tot behoorlijke formaten kunnen komen (tot 200 X 100 cm) met een resultaat waar ik me echt goed bij voel. Als ik echter die organische wereld schilder, rij ik me vast precies omdat ik te lineair, abstract denk. Ik zie geometrische vormen en wil die aflijnen. Terwijl er in die wereld geen echte lijnen zijn enkel maar kleurnuances, licht-donker contrasten. Nochtans ga ik zeer methodisch te werk om te weten waar het precies misloopt. Ik vertrek eerst van een studie van het beeld en werk die verschillende keren uit in houtskool. Daar lukt het me zeer goed om de sfeer erin te leggen die ik wil krijgen. Contrast, gedurfde lijnen gecombineerd met gevoelige uitgeveegde oppervlaktes. Dan ga ik over naar pastelkrijt. Hier wordt het al moeilijker. De kleuren nemen al wat van mijn contrast weg. De lijnen en de durf blijven nog aanwezig. Ga ik dan naar verf en zeker op doek, dan verlies ik de zelfzekerheid. Ik bouw voorzichtig op in kleine stappen zodat ik op tijd terug kan bijsturen. Die stap voor stap, gebrek aan durf methodiek blijft precies aanwezig in het eindresultaat. Ik wil het met evenveel trefzekerheid kunnen doen als bij houtskool, maar om één of andere manier slaag ik er nog niet in. Ik zoek dus al een tijdje naar een andere manier om die wereld te kunnen vormgeven. Ik heb al gewerkt met het gieten van verf wat een verrassend effect geeft. En ook heel wat middelen als mediums, glanzende pasta onderzocht die ook extra dimensie geven. De techniek waar ik me nu goed bij voel is onderschilderingen bewerken met pastelkrijt en dan fixeren met medium of fixatief en afwerken met verschillende vernissen. Maar ik ben nog steeds op zoek. Ik overweeg om meer de computer in te schakelen om zelf eerst mijn wereld op voorhand te creëren die ik dan gemakkelijker in verf kan uitwerken maar hier moet ik nog heel wat techniek onder de knie krijgen om beeldverwerkingspakketten te kunnen hanteren waarmee ik dit kan bereiken.

Op momenten waar ik volledig vast zit, leef ik me uit in totaal andere onderwerpen of een totaal andere manier van schilderen. Hoewel ik in de ruimtes heel voorzichtig opbouw, in vele lagen van transparante glacy's duik ik dan in de pure, pasteuze verf met grove borstels, klein kleurenpallet behoorlijk primair en donker. Of ik duik in landschappen met een specifieke architecturale vormen en sferen. Of ik experimenteer met materiaal, collages, kleuren om een bepaalde reportage te maken. Of ik schilder slapende gezichten, emotieloze, rustige gelaten die evengoed dood als slapend kunnen zijn. Of... Eender wat om nieuwe technieken en inzichten te leren om toch die ultieme wereld te creëren.

Labels:

New artwork: The swimmers

"The swimmers"
October 2006

Acrylics, pastel, charcoal on Canvas board
21 X 30 cm

Go to more artwork

Contact me about this work

Or leave your comment bellow.

Labels:

New artwork: El torro

El torro 1
October 2006

Charcoal on paper
30 X 50 cm




El torro 1
October 2006

Charcoal on paper
30 X 50 cm





El torro 2
October 2006

Acrylics on paper
30 X 50 cm





Go to more artwork

Contact me about this work

Labels:

e-Atelier-dag 1

Zaterdag ben ik naar Leuven getrokken voor de eerste les van het e-atelier georganiseerd door Wisper. Het was keihard om de zaterdagmorgen vroeg op te staan naar een week van hard labeur ;-) maar achteraf gezien was het zeker de moeite waard. Trouwens, mijn ventje had mij naar het station gebracht (ja, hij, zo vroeg, en met een goed humeur, ongelooflijk! Dank u ventje!!) en de trein is altijd een beetje reizen. Door de directe verbinding kon ik me een uurtje gezellig nestelen in een comfortabele zetel.

Ligging is perfect. Na 10 minuten stappen kwam ik aan de hand van het plannetje zeer goed op tijd toe. Ik kon nog op het gemak verder wakker worden, een theetje scoren en de collega-studenten leren kennen. Stuk voor stuk toffe mensen met een verhaal. Mensen van alle leeftijden en uit alle streken die iets te zeggen hebben maar ook ontzettend goed kunnen luisteren. Echt een toffe bende waar je je direct op je gemak bij voelt. Ook het atelier zelf vond ik schitterend. Heel ruim, een prachtige grote tafel waar je kan op kliederen en experimenteren. Grote schildersezels en vooral héél veel licht. Een heel contrast met de Academie. Daar staan we allemaal zo dicht op mekaar. Dit jaar heb ik het er trouwens heel moeilijk mee. Ik heb echt ruimte nodig. Om zaken aan de muur te hangen, verf te mengen, 3 schilderijen tegelijk te maken,... en dat is daar quasi niet mogelijk. In Leuven lijkt het alvast ruimer.

En dan vlogen we erin. Na een korte introductie eerst een opwarmingsoefening. We kozen allemaal een kleur plakaatverf en een borstel. We stonden naast elkaar aan een grote tafel met een blad papier voor ons neus en kregen opdrachten:
  • schilder het blad volledig in je gekozen kleur
  • geef het blad door naar links en schilder de naam van je rechterbuur op het blad
  • geef het blad door naar links en vul bepaalde vakken van de naam in
  • neem terug je eigen blad en maak het af en personaliseer je werk
En zo ging het 3 oefeningen door. De bedoeling was elkaar te leren kennen, in elkaars werk te kunnen komen en vooral ook je eigen werk te leren afstaan en laten afbreken om daarna met nieuwe inzichten het te kunnen opbouwen. Woaw, wat heb ik me geamuseerd. Van binnen leek ik terug 3 jaar, had ik maar wat vuilere kleren aan, dan had ik ook deze grens niet om rekening mee te houden ;-)

Toen kwam een korte presentatieoefening aan bod. Iedereen mocht zich voorstellen en zoals ik al zei, stuk voor stuk boeiende mensen die je eigen situatie meteen laten relativeren.

De laatste oefening voor de middag was een groepsschilderij. We kregen een blad van zeker 8 meter breed en anderhalf meter hoog. Het was een soort chemisch papier. Ik heb niet zo goed begrepen wat het was. Ik moet dat nog eens opzoeken maar dat was niet zo belangrijk. De oefening bestond erin om eerst een plekje te zoeken en er elk één figuur op te schilderen. Dit mocht zowel figuratief als abstract zijn. Iedereen kon dit tegelijkertijd doen. Daarna kwam iedereen één voor één aan beurt met de bedoeling om evenwicht te creëren in de onsamenhangende figuren. Na deze derde ronde was het de bedoeling om een richting te kiezen. Gaan we abstract verder of kiezen we voor een verhaal. In deze discussie gingen mijn ogen echt open. Ik zag er geen samenhang in. Het leken me losse flodders van vormen die op zich wel gecombineerd konden worden, maar ik zag er alvast geen verhaal in. Ann wel. Ze heeft er zeker 5 minuten aan een stuk over verteld en geïnterpreteerd. Wat een fantasie ;-) We geraakten er niet echt uit en gingen verder met een compromis. We zouden verhalend verder werken maar hier en daar kon toch wat abstractie. En zo gingen we nog een half uur verder in acrylverf. Het eindresultaat bleef me niet echt als coherent overkomen, maar er kwamen wel heel leuke stukken uit. Het enige wat ik gemist heb, nu ik er nog wat over nadenk is dat we er als groep geen titel voor gekozen hebben.

Na de middag gingen we verder met wat discussies. We gingen in groepen werken en kregen een stapeltje reproducties van schilderijen. Hieruit moesten we 3 extreem verschillende werken kiezen. En daar kregen we dan vragen over:
  • gaat het over een verhaal of is het een abstract beeld
  • in welk materiaal is het uitgewerkt
  • wilt de schilder iets vertellen met zijn schriftuur, compositie, vorm, kleur...
Uiteindelijk kozen alle groepjes voor 1 werk die we dan in de grote groep naar voor brachten. Wij hadden gekozen voor een werk van Max Ernst Ubu Imperator. 1923. Oil on canvas. 100 x 81 cm. Het was een werk uit het jaar 1923 met een afbeelding van een rode figuur op een idilisch, gestyleerde achtergrond van lucht met wolken en een zandkleurige grond waarmee hij duidelijk ruimte simuleerde. De figuur zelf deed denken aan de toren van Pizza of een watertoren. Deze stond of eerder ballanceerde op een pin in plaats van op benen en voeten. Dit gaf een gevoel van een broos evenwicht, hoewel de figuur toch behoorlijk zelfberaden rechtstond door de centrale compositie in het beeld. De schildertechniek was wat naïf. We veronderstellen dat het olieverf is, gezien het tijdsperk, maar toch was het behoorlijk grof geschilderd. Je zag duidelijk de penseelstreken. Ook het gebruik van vooral primaire kleuren gaven een naïve uitstraling. De figuur daarentegen leek toch fijner uitgewerkt. Een bepaalde realistische uitvoering met schaduwtechniek en een repeterend patroon. Conclusie, de schilder wou duidelijk een verhaal brengen hoewel we niet direct begrepen wat die precies was.

De volgende discussieoefening bestond eruit elk voor zichzelf een reproductie te kiezen en eruit te "lezen" wat de schilder bedoelde. Dit brachten we één voor één naar voor. De keuze van de mensen was divers. Bepaalde kozen voor de sfeervolle werken van Speliart, of verhalende beelden van Kahlo. Andere voor de grote Vlaamse meesters. Ik meen me ter herinneren dat ik de enige was die een meer abstracter beeld had gekozen. Mijn favoriet was een beeld van Jasper Johns. De titel stond niet op de reproductie maar het was Figure 5, 1960, encaustic and newspaper collaged on canvas, 183 x 137.5 cm. Het was een heel contrastrijk en grof werk. Iets wat mij direct "durf" deed uitstralen. Hoewel het op A4 formaat was geprint leek het me een zeer groot werk. Wat me er vooral in aansprak was hoe hij de geometrische lijnen zeer plastisch had vormgegeven. Er stonden geen lijnen op getekend, en toch waren er duidelijk lijnen te zien. Hij gebruikte geen kleur maar bleef bij de essentie: zwart, wit en grijzen ertussen. Zijn schriftuur leek heel grof, met druipende stukken. Zijn lijnen werden ontstonden door 2 extreme contrasten tegenover elkaar te zetten. Het gaf me een brute, sobere uitstraling maar vooral heel veel lef en durf. Van het materiaal ben ik niet zeker. Johns was zeker gestart vanuit een collage met krantenpapier. Maar had hij het nu afgewerkt met olie, acryl of zelfs was. Ik weet dat Johns serieus ver ging in het experimenteren met materiaal. Maar op de reproductie was het moeilijk te zien. En was het nu abstract of figuratief? Ik vond van wel tot iemand me zei "maar dit is toch een 5." En toen zag ik het. Tot dan was het voor mij een abstract spel van ronde en rechte lijnen. Ik wist eerst niet hoe ik het moest houden, wat boven en beneden was. En opeens werd het een 5. Ik moet eerlijk zeggen dat mijn eerste reactie net het tegenovergestelde was van daarvoor. Ik moest er precies niets meer van hebben. Ik bleef me fixeren op die 5 die ik niet had gezien. Had ik de titel maar meegekregen ;-) Volgens mij is de grote ontbrekende factor het formaat geweest. Als je dit in het groot had gezien zou die schriftuur waarschijnlijk het symbool domineren. In elk geval een prachtig werk. Hoe je een eenvoudig emotieloos feit als het cijfer 5 toch zo boeiend kan brengen dat je er niet op uitgekeken geraakt. Ik zoek hier zeker nog wat meer info rond wat zijn bedoeling precies was.

De laatste oefening lag in het verlengde van de vorige. We hadden wat oefeningen gedaan rond het "lezen" van een werk en het inkomen in het verhaal van de kunstenaar. Nu kregen we nog wat theorie mee. Een model die de kunstwerken opdeelt in een aantal dimensies. Enerzijds heb je kunstenaars die werken rond inhoud. Het onderwerp als subject. Het verhaal, de idee. Ze benadrukken het conceptuele, de betekenis voor de maatschappij, de sociale rol van de kunst. Aan de andere kant heb je kunstenaars die het tegenovergestelde benadrukken: het onderwerp als object waarbij het vormelijke, het beeld als doel op zich wordt benadrukt. Hier staan kleur, vorm, compositie, schriftuur, textuur, ruimte, materiaal, het beeld als doel op zich centraal. Naast deze as heb je een tweede die deze loodrecht doorkruist. Deze variëert van het nastreven van de wereld zoals die is, tegenover het andere extreem waar alles staat voor iets anders. Hier worden vooral symbolen gebruikt.

Vanuit deze assen ontstaan 4 kwadranten:
1. Metafoor: kunstenaars die zich in deze hoek bevinden benadrukken het verhalende in het werk, maar doen dat op een symbolische manier. Alles wat je ziet staat voor iets anders.
Voorbeelden: Anish Kapoor, Christian Schad (die was nieuw voor mij ;-), Delveaux, Kahlo, Margritte, Andy Warhole...
2. Reportage: hier wordt eerder de klemtoon gelegd op het verhaal maar op een zeer realistische, expliciete manier weergegeven. Het verhaal wordt als het ware geregistreerd.
Voorbeelden: Realisme van Chuck Close,
3. Abstractie: in dit kwadrant zitten we aan het ander extreem met de nadruk op het beeld als doel op zich. De vorm, kleur, verhoudingen worden geanalyseerd en bestudeerd tot een harmonisch beeld, zonder eigenlijke betekenis.
Voorbeelden: Minimalisme, Yves Klein, Robert Ryman, Jasper Johns, Tapièz, de recent ontdekte Elisabeth Murray plaats ik hier ook.
4. Anders zien: tot slot heb je de kunstenaars die werken rond het beeld als doel op zich, maar die toch vertrekken vanuit de werkelijkheid. Zij geven eerder een eigen interpretatie van de wereld.
Voorbeelden: Francis Bacon, Morandi, Renoir, Van Gogh, Edward Hopper, Gustav Klimt,...

Na het overlopen van dit theoretisch model kwam de laatste opdracht van die dag. Kies een reproductie van een schilderij. Positioneer het in dit model en en schilder die 3 keer na maar dan vanuit de invalshoeken van de 3 andere kwadranten. Ik koos er "de paarse mantel met de boterbloemen" van Matisse uit. Een beeld die ik in het "Anders zien" klasseer. Die moest ik dus vertalen naar de metafoor-, de reportage- en de abstracte stijl. Het gemakkelijkste leek me de reportage. Met een aantal technieken kreeg ik het in een meer verhalende realistischer hoek. De dame maakte ik realistischer van vorm. De kleuren meer tertiair, de vormen iets realistischer. Het beste effect kreeg ik door de diepte te suggereren. Matisse gebruikte bewust technieken die de diepte uit het schilderij wegnamen en alles vervlakken. Hij gebruikte veel rood op de achtergronden en blauw vooraan. Hij schilderde zijn behang ook "naïf" van vorm. Door net het tegenovergestelde te doen, werd de uitstraling van het schilderij veel realistischer en dus minder boeiend ;-) De vertaling naar abstractie en metafoor viel veel minder mee. Eerst wou ik de abstractie uitwerken. Door de mantel zonder vrouw en de boterbloemen wat symbolischer af te beelden dacht ik er wel te geraken, maar het kwam nog veel te verhalend over dus klasseerde ik het maar in de metaforische hoek. Een tweede poging om tot abstractie te komen ging nog niet ver genoeg. Het zag er nog veel te verhalend, te concreet uit. Dus daar zal ik nog serieus aan moeten werken. Het ligt dus minder in mijn aard om te kunnen afstand nemen van de realiteit. Tiens, dat duikt hier in deze oefening mooi op. Ik ben altijd al de eeuwige realist teweest. Ik kan heel moeilijk afstand nemen van de werkelijkheid om in een fantastische wereld te duiken. Hoewel dit me sterk interesseert, kan ik er moeilijk inkomen. Ik mis precies een gezonde dosis fantasie. Ik wil steeds voor een bepaald deel met mijn voeten op de grond staan. Ik kan er moeilijk van loskomen. Dat zal ook een reden zijn waarom ik me soms zo vasthou aan beelden die me inspireren. Ik zal wat oefeningen doen om van een bestaand beeld wat metaforen en abstracties te maken. Misschien komt ik dan wel in een nieuwe wereld terecht ;-)

En dan de afsluiter van de dag: het huiswerk. De opdracht is om jezelf in dit theoretisch kader te definiëren. Waar sta je zelf als kunstenaar? Zit je daar goed? Waar worstel je mee? Waar wil je naartoe? Eerst nog even over nadenken. Mensen die mijn werk kennen, geef gerust jullie input.

Labels:

17 oktober 2006

Seminarie: Marktwerking en innovatie in de zorg

Vandaag voor de tweede keer afgezakt richting Mediaplaza in Utrecht. Met dank aan Martijn voor de uitnodiging!

Ik blijf het gebouw op zich prachtig vinden. Het is een omgeving die innovatie uitstraalt in alles wat er is, van de presentatiezalen tot de toiletten. Gewoon al het feit dat ik er live een verslag kan schrijven, tussen de presentaties door ;-)

Inhoudelijk is het seminarie alvast even grensverleggend!
De eerste spreker was Bram den Engelsen, partner Twynstra Gudde die het had over Marktwerking in de zorgsector (presentatie PDF). Een hele doordachte, onderbouwde en actuele visie op de ontwikkelingen in de zorgsector en de gevolgen voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars.

Hij startte zijn exposé met een mooie beschrijving van het beslissingsproces dat hij meemaakte bij de keuze van de behandeling van een gezondheidsprobleem. Dit proces kenmerkte zich door het proactief op zoek gaan naar informatie en het zelf kiezen voor een gespecialiseerde arts die niet dezelfde was als aangeraden door zijn huisarts. Via een aantal informatiebronnen zoals vergelijkingssites en websites van ziekenhuizen maakte hij zelf de keuze voor een arts waarin hij vertrouwen had op kwalitatief vlak maar die hem toch op de gewenste snelle timing kon helpen.
Van uit deze praktijkervaring maakte hij een analyse van de manier waarop deze ?keuzevrijheid? vorm heeft gekregen en de krachten die hierop inwerkten zoals de publieke belangen, maatschappelijke trends, de visie op de gezondheidszorg in het algemeen.

Hij haalde 5 algemene maatschappelijke trends aan, gebaseerd op het Sociaal Cultureel Marktrapport, die evenveel invloed hebben op de markt van de zorg als het wettelijk kader:

  1. Individualisering: mensen willen invloed op hun eigen gezondheid, mensen willen ontwerper zijn van hun eigen leven.
  2. Informatisering: met de toenemende digitalisering en de nieuwe ICT mogelijkheden gaat alles sneller. Hij wijst ook op het feit dat technologie meer in functie van de mens staat en niet meer andersom zoals het in het begin wel het geval was.
  3. Internationalisering: met de opkomst van internet vallen de grenzen eigenlijk wet. Nieuwe gezondheidsinitiatieven komen uit het buitenland en er wordt ook al goed in geïnvesteerd.
  4. Informalisering: de contacten tussen de ?specialist? en de ?leek? vervagen. De hiërarchie tussen arts en patiënt vallen meer en meer weg.
  5. Intensivering: het gaat meer en meer over de beleving, het gevoel dat de persoon aan een beleving overhoudt. Dat is in principe het uiteindelijk resultaat dat blijft hangen.
Door deze nieuwe trends ontstaan nieuwe kansen en bedreigingen in de zorg. Het is nu aan ons om daarmee te leren omgaan.

Hij bekijkt deze nieuwe opportuneiten ook vanuit een positionering van de zorg in de ?markt.? Definiëren we zorg vanuit de strikte zin in ??zorgoptiek? of bekijken we het breder in een ?gezondheidsperspectief.? In deze laatste visie is er duidelijk meer ruimte voor initiatieven rond gezondheidspromotie.

Voor zijn definitie van de "zorgmarkt" ging hij te rade bij Michael Porter die in zijn boek ?Redefining Health Care? vertrekt van concurrentie vanuit een waardebepaling, in tegenstelling tot kostenbesparingsmodel, gebaseerd op resultaten. Of heel concreet: heeft de patiënt het gevoel dat hij ?beter? is, minder pijn. Belangrijke concepten daarbij zijn een ?full circle of care?. Alle zorgverstrekkers moeten inhaken op het behandelingstraject vanuit ?integrated practice units.? In hier wringt het schoentje. Dit vergt een totale nieuwe organisatie van de zorg. Een reorganisatie die een impact heeft op alle spelers wat het veranderingsproces uiteraard vertraagt.
Voor het bepalen van je positie in deze zorgmarkt verwees den Engelen naar een onderzoek van de Nederlandse Patiëntenorganisatie (NIPO 2003) die een voorspelling maakte van de patiënt op de zorgmarkt in 2010. Dit onderzoek bevestigt zijn case in het begin van zijn presentatie. Patiënten zijn vooral gebaat met kennis, keuzemogelijkheden en koopkracht. Volgens den Engelen heeft de patiënt behoefte aan keuzemogelijkheid maar heeft hij tegelijkertijd ook hulp nodig bij het kiezen.

Hoe kan een organisatie zich hierin positioneren? Er moeten eerst en vooral keuzes worden gemaakt op vlak van marktdomein (regio,...) , de plaats in de keten van de zorg (eerste lijn,...), de klantgerichtheid (niet of maar hoe) en de merken (wie ben je, wat doe je?).

Conclusie van de eerste presentatie: De zorg is een enorme groeimarkt en biedt door de nieuwe veranderingen heel wat potentieel. We moeten echter de juiste keuzes maken:

  • Het is belangrijk zich te richten op gezondheidsresultaten en klantbeleving.
  • Het gaat niet over schaalvergroting maar over segmentering en specialisatie van het aanbod.
  • Het gaat niet over alles integreren maar net differentiëren in het aanbod.
Persoonlijk vond ik dit het sterkste verhaal van de dag. Toch wel een behoorlijk aantal nieuwe inzichten die perspectieven openen voor ontwikkelingen in de toekomst. Zoals ook in het seminarie ?Van patiënt tot zorgconsument? in mei dit jaar komt hier opnieuw het belang van patiëntenorganisaties naar voor. Het komt erop neer deze mensen te ?empoweren.? Hen de nodige tools en informatie te bezorgen zodat ze met een zelfzekere ingesteldheid bewust keuzes kunnen maken rond hun gezondheid. Een mooie bodem om nieuwe samenzweringen uit te bouwen. Wie heeft zin om hierover eens rond de tafel te zitten en een eerste project rond op te zetten?

In de pauze nadien hoorde ik een aantal aanwezigen terecht de vraag uiten: "heeft de patiënt wel nood aan keuze." Op zich een zeer terechte vraagstelling. Keuzemogelijkheid brengt immers ook verantwoordelijkheid met zich mee. Ik kan in die vraag zeker inkomen als we bepaalde groepen mensen bekijken. Sommige mensen vinden het evident dat die ?specialist? die keuzes voor hen maakt want zij hebben immers de kennis. Als je volgens mij echter de nieuwe generatie bekijkt dan zijn die opgegroeid met alle kennis op een aantal klikken van hen verwijderd. Toegegeven, zeker niet alles wat je vindt op Internet is correct en betrouwbaar, en we moeten deze generatie ook blijven wijzen op een kritische ingesteldheid hiertegenover. Toch kan je niet ontkennen dat je je na een zoektocht op Internet gefilterd met een dosis gezond verstand wel zelfzekerder voelt om de communicatie met je dokter op een minder afhankelijke manier te voeren. Volgens mij heeft het zelfs weinig met generaties te maken, maar eerder met de ingesteldheid van de persoon zelf. Ben je iemand die graag je lot in eigen handen neemt of eerder houvast zoekt bij een externe autoriteit.

Van de 2de presentatie "Innovatie als concurrentiekracht" (presentatie PDF) is me iets minder bijgebleven. Paul Epping van Epping Consultancy bracht de stand van zaken en toekomstverwachtingen en hoe innovatie kan bijdragen aan een sterkere concurrentiepositie. Een aantal interessante inzichten die me zijn bijgebleven:
We leven in een sterk veranderende maatschappij. De een heeft hier al meer moeite mee dan de ander. De jongste generatie die hij ?digital natives? noemt heeft hier minder moeite mee. De ?digital immigrants,? zeg maar mensen vanaf een stuk boven de 30 daarentegen voelen zich ?opgejaagd.? Hiervoor zijn volgens hem een aantal technologieën verantwoordelijk:

  • Energie: olie wordt schaars, we zullen alternatieven moeten vinden.
  • Bio-evolutie: we leven met zijn allen langer
  • Nanotechnologie: brengt nieuwe mogelijkheden zoals drug delivery systemen.
  • ICT in het algemeen maakt alles sneller, kleiner, performanter en maakt netwerken zoveel toegankelijker.

Hierdoor ontstaan er veel nieuwe mogelijkheden in de zorg zoals bijvoorbeeld het begrip ?klinische paden?,...

Basisvoorwaarden zijn echter standaardisatie zodat de technologie tussen de verschillende organisaties uitwisselbaar en converteerbaar wordt en het aanpassen van processen hierop. Maar hiervoor moeten alle neuzen in dezelfde richting. En door de verschillende belangen van alle spelers zal dit nog een hele tijd duren eer dat werkelijk zal gebeuren.

Paul Epping sloot af met een reeks voorbeelden van nieuwe technologieën in de zorg zoals vb. telemonitor systemen.

Hoewel ik in de presentatie zeker een aantal interessante uitgangspunten terugvond bleef ik achter met een gevoel van een overzicht te krijgen van mogelijkheden en wishful thinking eerder dan grijpbare praktische opportuniteiten die we kunnen inzetten om het verschil te maken met de concurrentie. Ik miste wat prikkelende filosofische insteek die ik door de inleiding van de spreker wel had verwacht. We weten allemaal dat het niet gemakkelijk is om de neuzen in dezelfde richting te krijgen. In dit geval had ik graag wat meer praktische voorbeelden gezien van hoe het toch al kan, ook al is het nog maar op kleine schaal of ook al is het nog niet hier. Toch bevestigde zijn slotconclusie rond standaardisatie me wel dat we met de keuze van de nieuwe website voor webstandaarden alvast in de goeie richting zitten om het platform verder open te trekken naar andere spelers in de zorgsector.

In de namiddag waren er 2 parallelsessies waarbij ik gekozen had voor de workshop van Martijn Hulst, adviseur Twynstra Gudde: De invloed van Web 2.0 op de gezondheidszorg (presentatie PDF). Martijn vertelde over hoe nieuwe technologieën zorgconsumenten in staat stellen mondiger te worden, online samen te komen, informatie te delen en beter informatie te vinden. Hij toonde aan welke veranderingen Web 2.0 in andere branches teweeg heeft gebracht.

Voor mij op zich minder nieuw. Ik heb het Web 2.0 verhaal al enkele keren gehoord maar de invalshoek vanuit de zorg bleek heel verfrissend en vooral ook actueel.

Martijn Hulst vertrok vanuit een aantal voorbeelden zoals het "dat-is-toch-niet-mogelijk"-verhaal van Kyle McDonald die zijn rode paperclip uiteindelijk geruild kreeg voor een echt huis. Maar ook voorbeelden van een ontevreden Landrover klant, een nieuw initiatief rond burgerjournalistiek Skoep en de user generated reclamecampagnes van Nikon brachten ons perfect bij de basis van de vernieuwing in Web 2.0 namelijk het belang van het sociale element in de evolutie van het Internet. De technologie is hier duidelijk ondergeschikt aan de gebruiker. Door de eenvoud van de nieuwe generatie websites wordt de "passieve" lezer een "proactieve" schrijver die vol passie zijn ervaringen met iedereen deelt.

Het mooie vind ik echter de reacties van de toeschouwers die dit verhaal voor de eerste keer horen. Iedere keer opnieuw krijg je dezelfde spontane vragen:

  • Is het wel juridisch, deontologisch verantwoord dat er zo?n ?laster-? blogs de wereld worden ingestuurd.
  • Hoe kan je dit als organisatie verbieden, controleren?
  • Bestaan er regels rond?
  • Kruipt er niet ontzettend veel tijd in bloggen? Is er nog wel tijd om te werken?

Eigenlijk typisch vragen van de "digital immigrants." Ik ben er zeker van dat als je dit verhaal naar de jongeren brengt, die daar totaal anders op reageren. Ze proberen het gewoon uit en beoordelen zelf kritisch of iets werkt of niet. Hier is de ?generatiekloof? heel voelbaar. Martijn Hulst reageerde hier ook heel nuchter in. Je kan als mensen uit de zorgsector op 2 manieren reageren. Ofwel steek je je kop in het zand en hoop je dat het overwaait. Ondertussen blijft de feedback rond je dienstverlening echter leesbaar voor je klanten en potentiële nieuwe klanten. Of je ziet het als een prachtige opportuniteit en gaat in interactie met je doelgroep via deze nieuwe mogelijkheden. Je kan al raden welke kant van het kamp ik gekozen heb ;-)

Nog een aantal voorbeelden die me speciaal bijgebleven zijn:

  • www.sugarstats.com: een website waar je je waarden van je suikerspiegel ter beschikking kan stellen aan zorgverstrekkers die met deze data direct aan de slag kunnen in hun behandelingsplan.
  • www.carepages.com: een site van een ziekenhuis die het mogelijk maakt aan patiënten om hun persoonlijke pagina op te zetten en hier kunnen communiceren over hoe het met hen is en wanneer ze bezoek kunnen ontvangen. Fantastisch toch? Ik herinner me nog enkele jaren geleden toen ik voor een kleine ingreep 1 nachtje werd opgenomen hoe ?opgesloten? ik me voelde in dat ziekenhuis. En hoe vriendelijk het verplegend personeel ook was, het was zo lang wachten eer het eindelijk mijn beurt was. Die tijd nuttig kunnen invullen zou een prachtige uitlaatklep geweest zijn.
  • Lotsa Helping Hands is dan eerder een voorbeeld uit de ouderenzorg. Deze site maakt het mogelijk om via internet de zorg rond senioren efficiënt te organiseren. Een heel krachtig idee dat zeker verder zal groeien door het groeiend aantal senioren die trouwens ook steeds langer zelfstandig willen blijven wonen.

Het komt volgens Martijn Hulst erop neer de nieuwe mogelijkheden van Internet het mogelijk maken je publiek te gaan beschouwen als "co-creators" waarmee je samen krachtige nieuwe ideeën kan ontwikkelen. En doordat de technologie eenvoudiger wordt, is het eigenlijk behoorlijk snel in de praktijk te brengen. Wat vooral nodig is, is een goed idee dat vertrekt vanuit de behoeften en de noden van de patiënt/cliënt.

De laatste presentatie werd gegeven door Jan Kiemel (presentatie PDF) die ons de businesscase beschreef rond de recente overname van het Slotervaartziekenhuis door Meromi Holding B.V. Met deze overname is het eerste commerciële ziekenhuis van Nederland een feit.

Was het doordat ik minder voeling heb met de Nederlandse zorgmarkt? Dat kan zeker. Maar dit verhaal sprak me het minst aan. Het bleek zeker geen succesverhaal maar een proces van frictie vanuit de overheid, "achter de schermen" afspraken met het personeel, businessplannen die een totale andere richting opgingen dan verwacht,... Op zich vind ik het zeer moedig om deze case op een transparantie, openhartige manier te durven brengen. Maar ik verwachtte toch wel "lessons learned." Stel dat we het opnieuw zouden doen, wat hebben we geleerd, hoe kan het beter? Helaas bleef het discours voor mij wat in het negatieve steken. Ik kan me echter zeer goed voorstellen dat het misschien nog te vroeg was voor Jan Kiemel om hier al echt lessen uit te kunnen trekken. Alles bleek nog zo recent achter de rug. Een kleine gemiste kans voor het seminarie, maar ik hoop dat die "lessons learned" nog zullen komen.

Conclusie van mijn dagje uit naar Utrecht: het was voor de 2de keer een zeer leerrijke uitstap waar ik heel wat nieuwe inzichten heb opgedaan en een aantal heel interessante mensen heb ontmoet. Zeker voor herhaling vatbaar. Wat mij wel verraste was toch wel de lage opkomst voor zo'n krachtig verhaal met potentieel voor de toekomst. Ik kan alleen maar zeggen, de afwezigen hadden ongelijk. Hopelijk konden jullie door dit verslag er toch nog wat van meepikken.

Slotvraag: Ervaren jullie deze veranderende verhouding tegenover dokters en specialisten ook? Wat vind je van deze evolutie? Wat zou je kunnen helpen om je inderdaad meer op je gemak te voelen in die zorgmarkt als het over je persoonlijke gezondheid gaat?

12 oktober 2006

Persconferentie rond nieuwe website

Heb je de lancering van het AnySurferLabel en de nieuwe Partena site met het label gemist? Dan kan je ze nog even beluisteren op Webguide federale overheid.
Met dank aan Bart voor zijn logistieke ondersteuning!

Of bekijk nog eens het fragment uit het AVS nieuws van 11 oktober. Met dank aan Roel.
(Sorry voor de mindere kwaliteit ;-)

11 oktober 2006

www.partena-ziekenfonds.be in 't nieuw en mét AnySurferlabel

Eindelijk zijn we zo ver. De laatste dagen was het was stil van mijn kant. Alle energie ging naar het klaarmaken van onze gloednieuwe website voor Partena-ziekenfonds. En het is geen gewone website geworden. Met enige trots mogen we erbij vermelden dat de site ook toegankelijk is voor alle surfers. Deze garantie wordt geboden door AnySurfer die een grondige audit en validatie hebben gedaan. En je ziet deze aanpassingen ook aan de hand van het AnySurferlabel en de knoppen voor lettertypevergroting.

Bekijk alvast eens de reportage op AVS. (wel wat slechte kwaliteit)



Wat is nieuw op de site?
We hebben ons vooral gericht op de algemene gebruiksvriendelijkheid. Dit merk je door de overzichtelijke navigatie onderaan de homepage samengesteld uit trefwoorden gebruikt in het dagelijks leven van onze bezoekers. De aanwezigheid van een zoekmotor blijft echter belangrijk omdat we hier toch spreken over een site met meer dan 4.000 artikelen.

Als je doorklikt op één van de trefwoorden ga je in een inhoudspagina. Daar hebben we vooral gezorgd voor duidelijke "broodkruimels" die aangeven waar je je bevindt. Daarnaast zorgen de "richtingaanwijzers" Meer info en Volgende actie voor begeleiding in het vervolg van je bezoek aan de site.

Uit een vergelijkende test tussen de oude en de nieuwe website stelden we vast dat de surfer bijna dubbel zo snel dezelfde informatie terugvindt. Dus hier hebben we al een serieuze stap vooruit gezet.

Wat is AnySurfer?
Op de site van AnySurfer lees je hier alles over. In een notedop is AnySurfer de naam van een nieuw kwaliteitslabel voor websites die voor iedereen toegankelijk zijn, ook voor mensen met een functiebeperking.

Vandaag werden aan 5 AnySurferlabels uitgereikt: Provincie Antwerpen, Partena-ziekenfonds, Vlaams Centrum voor Openbare bibliotheken, Vlaamse Luister- en Braïllebibliotheek, Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Er werden ook nog een aantal eervolle vermeldingen (zijn bijna klaar met de aanpassingen) gegeven aan Stad Antwerpen, Vdab, Stad Gent en het Centrum voor Bestrijding Racime. Proficiat collega's. Iedereen zal ons weten te vinden voor best practices ;-)

Wat waren de extra uitdagingen voor het behalen van het AnySurferlabel?
De Amerikaanse site http://www.diveintoaccessability.org/, gebaseerd op het gelijknamig boek, garandeert dat je een site toegankelijk kan maken voor surfers met verschillende functionele beperkingen in 30 dagen. Hebben wij dit gehaald?

Het streven naar het AnySurferlabel kaderde binnen de volledige vernieuwing van de website. Dit betekent dat we voor de ontwikkeling van de site al zoveel mogelijk rekening hebben gehouden met de specifieke richtlijnen en de webstandaarden opgesteld door W3C in de programmatie en in de keuze van een nieuwe (open source) webeditor, FCKeditor, in onze CMS ?iCOM? van Hearis.

We hebben geopteerd om onmiddellijk na de omzetting van de layout naar de interface door Netlash een tussentijds template-advies uit te voeren. Dit werd heel snel aangeleverd zodat hier nog voor de programmatie van het functionele gedeelte op kon worden ingespeeld. Hier kwamen de grootste problemen al naar boven:

  • Lay-outmatig hadden we hier en daar te weinig contrast tussen kleuren voorzien waardoor we kleuraanpassingen moesten doorvoeren.
  • De knoppen die we oorspronkelijk als beelden hadden voorzien waren onbruikbaar voor die specifieke groep en moesten vervangen worden door tekstgebaseerde knoppen.
  • De functionaliteit in de browsers om lettergroottes te wijzigen leek niet optimaal bruikbaar. Vandaar de beslissing om de knoppen ?aAA? te voorzien.

Dit nam ongeveer een halve dag extra ontwikkeling in beslag.

Na de programmatie van de interactiviteit achter de interface kwam de volledige audit aan de beurt. Het auditrapport werd online ter beschikking geplaatst voorzien met een paswoordbeveiliging. 4 onderwerpen werden hierin belicht: navigatie, inhoud, vormgeving en interactiviteit. In totaal werden 76 criteria geëvalueerd.

  • 31 waren voor ons niet van toepassing: vb. i.v.m. het gebruik van frames of Flash
  • 25 waren meteen ok
  • 20 waren niet ok en moesten bijgestuurd worden

Resultaat van de audit was dus ?komt bijna in aanmerking voor het AnySurferlabel.?

De niet ok?s in het rapport waren heel duidelijk gedocumenteerd verwijzend naar de richtlijnen op de website van AnySurfer en de voorbeeldpagina?s op onze website die nog niet voldeden. Alle info was dus beschikbaar om de aanpassingen te doen. De niet ok?s werden omgezet in to do?s en toegewezen aan verschillende projectleden.

De neteligste problemen waren:



  • De titeldefinities (H-tags), vooral van de pagina's die met de vorige editor waren gemaakt
  • De tabeldefinities (TH) doordat de nieuwe editor de TH-tags nog niet ondersteunt
  • De teksten die vroeger gekopiëerd waren uit MS Word en heel foute code genereert
  • Alternatieven vinden voor ?niet leesbare? PDF?s
  • Labels aan de formuliervelden toevoegen
Hierin is het meest overleg en aanpassingstijd naartoegegaan.

Conclusie
Hebben we het gehaald in 30 dagen? Jazeker, weliswaar niet binnen dezelfde maand.

De grootste uitdaging ligt erin ervoor te zorgen dat alle partijen die betrokken zijn in het webproject mee te krijgen en hier maximaal aandacht aan besteden. We spreken immers over een klant- (of surfer-)gerichte kijk op het project waarbij zowel de grafisch designer, de webontwikkelaar, en de leverancier van de CMS én de contentschrijvers allemaal rekening mee moeten houden.

Voor mij zijn die 30 dagen niet zo belangrijk. Wel dat we op een bepaald moment met het ziekenfonds gekozen hebben om deze weg in te slaan en alle betrokkenen hierin te laten engageren.

AnySurfer heeft ons in dit proces begeleid vanaf de fase van het enthousiasmeren van het idee, door het ontwikkelingsproces heen, tot het behalen van het ?eindexamen.? Je kan hen in het proces zowel zien als coach en examinator. En met de verdere evoluties van het internet zullen we hen nog nodig hebben want het is een continu proces met herexamens die volgt op verdere ontwikkelingen van het Web.

Ik ben als e-Business Manager van Partena-ziekenfonds alvast heel blij met het behalen van het label en trots om hiermee het signaal te kunnen geven naar deze gerichte groep en alle bezoekers van de website dat we echt inspanningen doen op vlak van e-Business om een meerwaarde te bieden naar onze klanten.

Ik wil hier expliciet nog een welgemeende dankjewel zeggen aan iedereen die in dit project was betrokken: Bart en Dirk van Netlash, Stefan en Laurent van Hearis, Dirk en héél zijn team van GFDI, onze intern mensen Wouter, Ilse, Robyn, Lynn en alle collega's en directie die hier voor 100% achterstonden vanaf het begin. En tot slot zeker en vast ook de mensen van AnySurfer Roel en Bart die ons een uitstekende dienstverlening hebben geboden!

Foto's volgen nog. Feedback is altijd welkom op deze blog.

Labels: , ,

06 oktober 2006

e-commerce in Second Life

Vandaag las ik op de site van De Tijd het artikel Bedrijven ontdekken Second Life:

"Steeds meer internetgebruikers maken deel uit van een eigen online universum, een 'virtueel universum'. Het bekendste daarvan is Second Life dat intussen trouwens op steeds meer belangstelling van de bedrijfswereld kan rekenen. Coca-Cola, Adidas, Toyota en luxewinkel American Apparel zetten winkels op in Second Life. Er duiken intussen al ruim drieduizend ondernemingen op in Second Life."

Ik was al vertrouwd met het fenomeen maar wist niet dat de bedrijven hier al op springen. Zijn er mensen die hier ervaring mee hebben? Zowel met Second Life als met de "big bucks" die daar gemaakt worden? Only in America of binnenkort ook in België?

Quick workshop: bloggen voor beginners

Deze middag heb ik een korte workshop gegeven rond bloggen aan een aantal geïnteresseerden. In 1 uur hebben we 3 onderwerpen behandeld. Hieronder lees je de tips die ik meegegeven heb.

Vul gerust je eigen tips en ervaringen aan!

02 oktober 2006

Enquête over het e-government in Europa

Op de site van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid las ik:

"Het studiebureau Cap Gemini heeft de resultaten bekendgemaakt van zijn zesde enquête over het e-government in Europa op 30 april 2006. Uit deze studie blijkt dat België vooruitgang geboekt heeft en het Europese gemiddelde benadert. "

Meer informatie over de studie over e-government in Europa