Vorige week heb ik me geïnstalleerd in een nieuw hoekje in het atelier op de Academie. Prachtige plek. Veel ruimte voor producten dichtbij te zetten, een mooie muur om zaken te presenteren, een stevige ezel en een kastje met allerhande inspirerend materiaal. Als je het mij vraagt een 5 sterren plekje. (Oeps, beroepsmisvorming ;-)
Dit jaar zat ik in mijn 5de jaar schilderkunst op de Academie Gent, voor de insiders de eerste spec. En met trots kondig ik aan dat ik dit jaar gebuisd ben ;-)
Met trots? Ja, ik had erom gevraagd. Een eerste jaar in mijn nieuwe job bij Jetair in combinatie met een laatste afstudeerjaar schilderkunst leek me iets teveel van het goede. Mensen die me kennen, weten dat. Ik kan geen half werk doen. Dus eerst een jaar concentreren op inwerken in combinatie met een ontspannend, experimenteer jaartje. Dan nog een jaar om me er volledig in te smijten zodat ik er in juni 2010 helemaal klaar voor ben om een eindwerk af te leveren waar ik trots op ben.
En zwaar gebuisd? Helaas ja. Ze hebben hun best moeten doen. Door mijn 83% op mijn keuzevakken, een dikke vrijstelling dus, moesten ze me 45 geven om te kunnen blijven hangen. Voor iemand die anders niet content is zonder onderscheiding, is dit wel even slikken ;-)
De feedback op de eindevaluatie was wel heel tof. Ik herinner me dat de jury zei:
"Het blijft een consequente zoektocht die al jaren geleden is gestart. Een frisse, experimenterende stijl. Onontgonnen terrein."
Kijk, mij kan je geen mooier experiment geven. Wat een boost. De eerste jaren dat ik schilderde kwam regelmatig terug: "aarzelend, leer je eens te laten gaan." Daarna begon ik meer en meer te experimenteren met positievere feedback als resultaat. En nu voel ik me echt zelfzeker in het loslaten van de verf. Ik kan me op momenten totaal verliezen in de zoektocht. Zalige vorm van ontspanning. Precies of ik voor enkele uren op reis ben.
Maar er was natuurlijk ook kritiek. Gelukkig maar. Dat sleurt me meteen weer met mijn voeten op de grond en laat me inzien waar ik verder kan/moet. Dit jaar was het presentatie. Ik had er natuurlijk geen tijd in gestoken gezien het toch een formaliteit was. Ik had, rushend na mijn werk, gewoon al mijn schilderijen op ezels gezwierd en daar moesten ze het mee doen. De werken moesten op zich spreken. En ze hadden groot gelijk. Veel te zware contrasten tussen het werk en het kader. Die werkte niet ondersteunend maar trokken alle aandacht weg. Toch zagen ze het potentieel in het werk zelf. Dus, ik geef ze zeker gelijk en ben dat ze me op heel wat nieuwe pistes hebben gebracht.
Binnenkort zal het werk op bovenstaande foto in life kunnen zien in de tentoonstelling Arts for Liedts.
Januari evaluatiemaand: ook in het atelier van Parcifal
En ook mijn project "Waiting for Lisa" werd onderworpen aan het kritische oog van Parcifal en de medestudenten. De feedback was over het algemeen heel positief. Toch wat terechte vragen en aanvullingen:
Hoe zorg ik dat het niveau van de interactieve boodschappen voldoende "existentieel" blijven en kunstwerk niet vervalt in platte berichten zoals "als ik niet op mijn werk geraak ga ik naar de supermarkt?" De aangereikte tip was om de voorbeeldtekst er duidelijk bij te vermelden zodat de poëzie van het werk, de figuurlijke betekenis duidelijker wordt. Zo zou ook de link met het goede doel duidelijker worden.
Wat als de investering te groot is? Tip: gebruik de lichtkranten die in de moderne treins aanwezig zijn. Zo kan je de mensen die hun trein hebben gemist berichten laten sturen die op de trein, door de mensen die dus meerijden, kunnen gelezen worden. We zagen er alvast de hilariteit van in.
Januari evaluatiemaand: ook in het schildersatelier
Zoals ik al eerder zei, januari was superdruk op evaluatievlak. Ook op de academie werd mijn werk onder de loepe genomen. En zoals Geert schreef, ook deze keer ging het er weer zeer direct (lees: niet mals) aan toe.
Mijn werk kreeg unaniem positieve reacties. Terwijl andere jaren steeds aarzeling in mijn werk werd aangevoeld, bleek die in mijn laatste werken verdwenen. Ik voel me ook steeds zekerder van mijn verhaal, materiaal en methodiek. Ik heb me echt leren afreageren, me leren"smijten" in de verf in andere onderwerpen, technieken, kleuren,... om grenzen te verleggen. En dat heeft zijn vruchten afgeworpen.
Dus conclusie: doe zo verder. De richting is gevonden.
"Stel je voor dat je wordt uitgenodigd om een tijdelijk beeld te ontwerpen voor een specifieke plaats: het Sint-Pietersstation in Gent. De enige voorwaarde is dat het beeld in relatie met de omgeving moet staan. Het beeld moet een dialoog aangaan met de lokatie. De techniek die je kiest om jouw project voor te stellen en te illustreren staat volledig vrij."
Project "Waiting for Lisa" Na enkele maanden denkwerk ben ik tot het project gekomen "Waiting for Lisa." Het is een 3D installatie in het linkerdeel van de inkomsthal. Het werk bestaat uit 3 delen: een paal met 2 lichtkranten die continu tonen wat de reisdoelen en de bestemmingen van passagiers zijn en wat hun "alternatieve route" is als de trein niet komt. Deze lichtkranten worden aangestuurd door de passagiers via SMS of via een bericht gestuurd van op een internetsite. De vragen die daar worden gesteld zijn een parodie op de Twitter-vraag "What are you doing?":
Waar ga je naartoe?
En wat als de trein niet komt?
De boodschappen op deze lichtkranten zijn continu te lezen vanuit een "meeting point" waar wachtende passagiers kunnen afspreken.
Wat is de dialoog met de omgeving? Uit observatie van de lokatie heb ik een aantal constateringen gedaan.
Het viel me op dat dagelijks 44.000 mensen naar deze lokatie komen met een duidelijk doel, een bestemming: de trein nemen naar Brussel, Antwerpen,... naar het werk, school, vrienden, familie,...
Daarnaast staan continu mensen te wachten op passagiers die vanuit verschillende bestemmingen komen.
Ik stelde me de vraag: wat gebeurt er als de trein niet komt die je wilt nemen?
Deze observaties heb ik geconfronteerd met mijn eigen onderwerpen, meer bepaald het verhaal rond Lisa en de problematiek van een onvervulde levensdoel waar op een bepaald moment in je leven, wel iedereen mee wordt geconfronteerd.
De boodschap in "Waiting for Lisa"? Je hebt niet altijd alles onder controle. En dit in een maatschappij waar zelf-determinatie en empowerment sterk opgang maken als nieuwe levenshouding naast het religieuze geloven dat het er zal komen.
Dit heb ik in een beeld proberen vatten van interactieve richtingaanwijzers die aangestuurd kunnen worden door SMS of internetboodschappen. Op deze manier zien we welke "alternatieve levensroutes" de 44.000 dagelijkse bezoekers van het Sint-Pietersstation kiezen in geval hun trein niet komt. En indien Lisa toch zou komen, dan weet ik dat er altijd enkele wachtenden haar zullen verwelkomen.
Aan dit concept heb ik nog een "goed doel" gekoppeld. Bij het aansturen van de lichtkranten via SMS dragen mensen met een duidelijk levensdoel bij tot projecten die anderen helpen hun alternatief doel te vinden, vb. daklozen, kinderen in tehuizen, drugverslaafden. Hiermee wil ik de nadruk leggen op de vele interactieve SMS spelletjes waar massa's geld aan verdiend worden maar dit keer gaat het naar een goed doel.
Meer info Het hele concept kan je nog een nalezen in de projectfiche "Waiting for Lisa".
Laat me gerust weten wat je ervan vindt? Lijkt de dialoog met de omgeving van het Sint-Pietersstations sterk genoeg? Is de poëzie aanwezig? Zou je zelf je alternatieve levensroute via internet doorgeven? Zou je anderen meehelpen aan een alternatieve levensroute door te SMS'en?
PS. Uit dit atelier heb ik heel veel geleerd. Werken in opdracht heeft tijd nodig en vergt heel wat geloof in jezelf als kunstenaar om tot een stevig conceptueel idee te komen. Het is wel iets dat me wel heel sterk ligt. Dus, heb je zelf een opdracht voor een bepaalde lokatie zoals je slaapkamer in het 19de eeuws herenhuis in Avelgem waar Stijn Streuvels ooit nog heeft geslapen, aarzel niet om me te contacteren ;-)
Vanavond hadden een aantal voortrekkers uit het 1ste specialisatie op de Academie een leuke verrassing in petto. Na een anonieme uitnodiging kregen we wijn en hapjes voorgeschoteld in ruil voor een creatieve inbreng in een groepswerk. Keileuk om ons eens te laten gaan.
En dit werk willen we nu laten veilen om drinkwater. Benieuwd wat dit zal opleveren. Wat vind jij ervan?
Sinds een dikke maand ben ik dus weer gestart op de Academie. Ondertussen al 1ste specialisatie schilderen. En in de specialisatiejaren zijn er 2 verplichte keuzevakken te volgen (grappige contradictie eigenlijk). We konden kiezen uit 3 verschillende vakken:
het atelier van Parcifal Neyt die werkt rond de integratie van een "beeld" in een omgeving/een publieke plaats
het atelier van Jan Vanden Berghe die tekenen als onderzoeksmiddel gebruikt en dit jaar rond het thema mythologie werkt
het atelier van Marc Brackez die de basis van digitaal fotograferen, bewerken en het publiceren in een website geeft
Ik heb gekozen om dit jaar te starten met het atelier van Parcifal en vanaf nieuwjaar me te verdiepen in het fotowerk.
Vandaag was het de eerste les van Parcifal. Naast lesgeven aan de specialisatiejaren lijkt hij alvast ook een bezige bij daarbuiten want Parcifal tekent, ontwerpt, exposeert en geeft les aan groot en klein.
Deze les ging hij in op een aantal kunstenaars en schetste steeds de relatie van hun werk tot de omgeving. Ik moet eerlijk toegeven, behalve één waren ze voor mij allemaal nieuw. Dat beloofd dus interessant te worden dit jaar. Een aantal voorbeelden:
Patrick Merckaert gaf het gebouw van SD Worx in Antwerpen een collectief geheugen
Anne Veronica Janssens integreert warmtegevoelige banken en tennisbanen waar je tegen jezelf kan spelen in parken
Paul McCarthy vertrekt van commerciële, American Dream iconen en confronteert het publiek met hun zwarte kant
Hsai Fei Chang had voor haar werk "32 portrets, Place du Tertre, Montmartre" plaats genomen op de stoel bij straatartiesten.
Kris Martin werd voorgesteld aan de hand van een massa aan conceptuele werken zoals Anonymous waarbij hij een skelet die jaren voor didactisch materiaal had dienst gedaan eindelijk zijn ultieme rustplaats kreeg in de tuin van het museum.
De opdracht voor de 6 lessen werd ons nog eens verduidelijkt. Stel je krijgt als kunstenaar de opdracht om tegen januari een werk te ontwerpen voor een specifieke plaats, het Sint-Pietersstation in Gent. Er is geen enkele financiële of praktische restrictie, behalve de lokatie en je eigen fantasie. Er moet een link zijn, een relevantie, een relatie met de omgeving. En het mag eender wat zijn, een video, een beeldhouwwerk, een performance, een schilderij,...
Hmm, dat wordt een uitdaging. Er borrelden al direct een hele reeks ideeën boven maar voor het moment heb ik nog geen presentatievorm en plaats in de omgeving gevonden. Het idee zal nog enkele weken/maanden moeten rijpen. Meer hierover later.
Yezzzzz!! Vanavond proclamatie gehad in de Academie. En kijk eens aan, mijn vierde jaar schilderkunst geslaagd met glans en onderscheiding! En ik ben vooral ook trots voor het vak kunstgeschiedenis waar ik met mijn examen 95% haalde. Dat vond ik zalig om te doen.
Zo zag de presentatie van mijn eindevaluatie eruit. Daarnaast een sfeerbeeld van hoe zo'n evaluatie met een externe jury eraan toe gaat. Die jury bestond dit jaar uit kunstenaar Marcase en galerijhouder Jan Colle. Enkel jammer dat die mensen geen tijd hebben om echt feedback te geven. Ik had graag eens eerlijk geweten wat deze experten in het vak van mijn werk vinden en hoe ik het volgens hen op een nog hoger niveau zou kunnen krijgen.
Nu even vakantietijd voor bezinning, herbronning en dan nog 2 jaar er tegenaan voor de specialisatiejaren.
Examen kunstgeschiedenis: Toverfluit van Kentridge
Vraag 4: Welke documentaire heeft je bijzonder aangesproken en waarom?
Ik verkies de documentaire over William Kentridge. Wat vind ik zo bijzonder aan deze kunstenaar? Ik vertrek eerst van een morfologische beschrijving van één van zijn werken:
2 fragmenten van de Toverfluit die William Kentridge regisseerde
De Toverfluit (2005) William Kentridge regisseerde de opera De Toverfluit en bracht daarmee de laatste opera van Wolfgang Amadeus Mozart in een hedendaags multimediale context.
Het is een voorstelling waarbij de houtskooltekeningen van Kentridge werden gebruikt als decor. De tekeningen komen wat grof en houterig over waardoor je heel duidelijk het gevoel krijgt dat het tekeningen zijn. De kunstenaar wou door zijn factuur en schriftuur duidelijk laten zien dat het om tekeningen in houtskool gaat die werden gefotografeerd en gemonteerd tot een animatiefilm.
De tekeningen zijn vermoedelijk op een ?normaal? tekenformaat gemaakt en dan geprojecteerd op een formaat van ik schat 10 m op 10 m. Hierbij voeren de uitvergrote tekeningen een immense dramatiek toe aan de voorstelling. De kosmische tekeningen in deze voorstelling zijn duidelijk kaderontkennend. Je hebt het gevoel dat ze overgaan en eindeloos doorlopen in het zwart achter en naast de coulissen zelfs in de donkere ruimte rondom jezelf als toeschouwer.
De tekeningen zijn behoorlijk picturaal opgebouwd. Je hebt constant het vermoeden dat de afbeeldingen overgaan in de uitgegomde delen van de tekeningen, alsof ze een spoor achterlaten. De composities wisselen zich af van centraal zoals in het linker fragment naar assymetrisch in het rechter fragment. In de hele voorstelling is er in de tekeningen continu het gevoel van beweging, diepte en ruimte. Dit effect wordt vooral veroorzaakt door het contrast met de hoofdrolspelers die behoorlijk statisch en relatief klein tonen.
De opeenvolgende tekeningen benadrukken het licht en het donker van de inhoud van de voorstelling en zijn volledig zwart/wit. De enige kleur in de voorstelling zijn de kleuren van de hoofdrolspelers die hierdoor als realiteit een extra klemtoon krijgen.
De tekeningen geven een immense illusie van beweging. Het rechter fragment is een tekening waar de weggeveegde, uitgegomde stukken op het blad in deze uitvoering een ware storm, wervelwind-achtig gevoel opwekken. Een prachtig contrast met de hoofdrolspelers die volledig ?windstil? blijven staan.
Door de zeer donkere kaderontkennende tekeningen die overgaan in het zwart van de zaal heb je het gevoel dat je in de voorstelling zit. Het creëert een sterke betrokkenheid en emotie van het publiek. (Dit effect heb je natuurlijk minder als je het bekijkt vanuit een gefilmde opname van de voorstelling dan als je het in realiteit in de zaal meemaakt.) Het geeft de toeschouwer constant afwisseling tussen de muziek, de performance van de uitvoerders en de achtergrondbeelden wat het geheel ook toegankelijker maakt voor de hedendaagse toeschouwer die gewoon is aan het snel ?consumeren? van veel beeldmateriaal tegelijkertijd. Het maakt een mooi contrast tussen het zeer trage tempo van een opera die het voor een hedendaags publiek zo ?moeilijk? maakt. Het geeft een ware multimediale sfeer aan een historische thema. De tekeningen ondersteunen de inhoud van de opera. De beelden voegen heel veel sfeer toe aan het geheel. De combinatie van de verschillende media geeft het publiek een totaal nieuwe beleving. Het nieuwe geheel heeft iets fris, vernieuwend maar toch toegankelijk. Ik kan me wel voorstellen dat klassieke operaliefhebbers dit niet onvoorwaardelijk als positief beschouwen. De animaties als achtergrond eisen toch iets meer aandacht op dan een klassiek decor die quasi 100% als ondersteuning dienen om de voorstelling en de muziek te ondersteunen en in het centrum van de voorstelling te plaatsen. Ofwel ben je ervoor gewonnen ofwel niet. Het laat je in elk geval niet ongevoelig. (Zie het persoverzicht van de uitvoering in de Munt in Brussel van 26 april 2005 ).
De tekeningen zelf zijn vrij figuratief, maar door de combinatie in de opera komen ze toch behoorlijk abstract, bevreemdend over. Het zijn als afbeeldingen van de gedachten van de hoofdpersonages.
Ik heb helaas de voorstelling niet gezien, en ik ken de eind 18de eeuwse opera van Mozart onvoldoende om de werken van Kentridge inhoudelijk erin te kunnen duiden. In het online fragment zie je dat Kentridge vooral afbeeldingen van het heelal heeft gebruikt om ruimtelijkheid en contrasten van donker en licht te beklemtonen. Hiermee geeft hij beeld en vorm aan het thema ?Verlichting? van die tijd eind 18de, begin 19de eeuw..
Vanuit deze en nog een aantal van zijn werken is mijn interesse in de kunstenaar gegroeid. Wat vind ik zo boeiend aan zijn persoon en zijn werk?
Er wordt gezegd dat de animatiefilms van Kentridge een diepe nadruk nalaten bij de toeschouwer. Daar is hij alvast ook bij mij sterk in geslaagd. Hij maakt tekeningen van houtskool en pastel en legt die in verschillende stadia van het werk vast op film. Het unieke voor zijn techniek in die animatiefilms is dat hij steeds werkt op eenzelfde beeld die hij bijwerkt in tegenstelling tot de meest voor de hand liggende 2D animatietechnieken waarbij iedere keer van een nieuw beeld wordt gestart om ze dan na mekaar te laten zien. Hij werkt dus met verschillende stadia van 1 beeld, eerder in het verlengde van 3D animatietechnieken in bijvoorbeeld plasticine zoals gebruikt door de Artman studios. Het weggommen en bijtekenen laat hierbij zijn sporen na op de film en geeft het een heel speciale dimensie. Een soort herinnering vastgehouden door het papier, een impressie van het verleden. Het is een statisch beeld met een gevoel van beweging en tijd. Ik vind het echt knap hoe hij zo?n statisch beeld op die manier laat bewegen. Tot dit stadium vond ik zijn werk dus heel knap. Maar hij weet het nog niveaus verder te tillen.
Hij monteert deze beelden samen met muziek. Hij combineert deze animatiefilm als decors in (poppen)theatervoorstellingen of opera?s. Dit geeft zowel zijn animatiefilms als deze voorstellingen op zich opnieuw een totaal nieuwe dimensie. Een tekening die meestal op een beperkt formaat wordt getekend, wordt metersgroot geprojecteerd. Dat intimistische wordt opeens opgeblazen tot een kolossale dimensie wat het geheel nog veel meer dramatiek geeft. Ook het feit dat in principe alles kan worden getekend en dus als decor dienen maakt het ook zo speciaal. Fysische decors hebben altijd hun limiet met de zwaartekracht. Getekende decors gebaseerd op de illusie van diepte zijn daar totaal vrij van.
Het unieke vind ik dat hij de verschillende media perfect weet te integreren tot een hedendaags kunstwerk die het als geheel overstijgt. 1 + 1 is meer dan 2. En dat voel je aan zijn werk die zelfs al zijn ze 2D zoals zijn houtskooltekeningen, toch een sterke 3D suggestie uitstralen. Er zit een tijdsaspect in al zijn werk. Een statisch beeld zoals een houtstekening laat hij bewegen door die te combineren met filmische technieken. Hij overstijgt ieder medium op zich. Hij is een kunstenaar met een breed spectrum aan technieken, over disciplines heen en combineert ze tot een nieuw geheel.
Wat me vooral boeit aan de kunstenaar zelf is het feit dat het een persoon met inhoud is. De kunstenaar heeft Politieke en Afrikaanse studies gevolgd aangevuld met artistieke studies in theater, mime, film,... Hij is tegelijkertijd tekenaar, schilder, acteur en regisseur. Alle technieken die hij beheerst staan in functie van zijn doel, zijn boodschap, maatschappelijk geïnspireerd met soms vrij aggressieve inhoud maar steeds op een poëtische manier gebracht. Ze zijn niet echt rauw, afschuwwekkend, maar eerder filosofisch. Ze laten je stilstaan, erover nadenken, genuanceerd zonder echt confronterend, beoordelend over te komen. Hij wil dat we het blijven herinneren, niet met de bedoeling te beschuldigen, maar om eruit te leren en verder te gaan.
In zijn poëtisch werk komen zijn Zuidafrikaanse roots naar boven, maar hij gebruikt het thema apartheid niet als doel op zich maar weeft het rond zijn persoonlijke herinneringen, gebaseerd op zijn verleden als kind van 2 advocaten van apartheidsslachtoffers, heen. Voorbeelden daarvan zijn zijn ?schuldige? landschappen. Landschappen die niet neutraal de omgeving weergeven maar er een betekenisvolle context aan toevoegen. Apartheid en de geschiedenis van Zuid-Afrika vormen een belangrijke context in zijn werk.
Vraag 3: Bespreek een voorbeeld van de moderne kunst waarin duurzame, zeldzame of kostbare materialen bewust niet worden gekozen.
Dit vind ik persoonlijk de moeilijkste vraag van het examen. Eerst en vooral de keuze. Ik ga heel regelmatig naar musea en volg de kunstwereld ook een stuk online, maar 1 werk kiezen rond dit thema vond ik niet gemakkelijk. Waarom? Zelf werk ik al een hele tijd in de internetwereld en ik heb geconstateerd dat kunst, ook al is het bewust minder duurzaam, zeldzaam of kostbaar uitgewerkt door middel van internet in een totaal ander daglicht is komen te staan. Het ?vastgeleggen? en ?verspreiden? krijgen een soort extra duurzame dimensie door internet. Het is een totaal andere soort duurzaamheid als de klassieke duurzaamheid van voor dit medium. Toen werd alle materiaal gekozen in functie van de houdbaarheid van het kunstwerk op zich. Nu voegt de reproduceerbaarheid en de verspreiding via internet er een extra tijdloos aspect aan toe.
Een mooi voorbeeld daarvan vind ik de video van de videomaker Baillie Walsh voor de modeontwerper Alexander McQueen. Even de context schetsen. In maart 2006 stelde de modeontwerper zijn nieuwe collectie voor tijdens een show. Hierin werd een bewegende hologram geïntegreerd waarbij Kate Moss met een stuk van de ontwerper aan het publiek werd getoond. Het werd als volgt beschreven:
"Inside an empty glass pyramid, a mysterious puff of white smoke appeared from nowhere and spun in midair, slowly resolving itself into the moving, twisting shape of a woman enveloped in the billowing folds of a white dress. It was Kate Moss, her blonde hair and pale arms trailing in a dream-like apparition of fragility and beauty that danced for a few seconds, then shrank and dematerialized into the ether."
Is dit kunst of een mediastunt? Voor mij primeert het esthetisch aspect van het gebruik van de media en de kledij boven het reclameeffect. Nog even overlopen van een aantal vorm- en beeldaspecten:
Het gaat over een video van een hologram. Duidelijk digitale, virtuele beeldtaal, een totaal nieuwe vorm van schriftuur. De maker van het werk heeft gekozen voor een lineaire, zo realistisch mogelijke afbeelding van de figuur die centraal in beeld werd gebracht. Al de restvormen werden weggefilterd. Het aspect ruimte is dubbel. Doordat het niet echt is wordt er ook geen letterlijk gebruik gemaakt van ruimte. Toch krijg je als toeschouwer een even ruimtelijk gevoel als bij het filmen van een echte figuur. Licht is in de voorstelling zeer belangrijk. Het brengt alle accent op de feeërieke sfeer niet zozeer van het model, maar vooral van haar kledij. Diezelfde sfeer wordt extra benadrukt door de sobere kleuren en de trage, zweverige bewegingen. Het geheel waant je in het zien van een echte fee.
We zien een foto van een twee-dimensionaal werk, een plat vlak op 2 assen, hoogte en breedte. Het is een schilderij uitgewerkt in acryl op doek.
Technisch gezien komt het schilderij heel realistisch over. Dit betekent dat de kunstenaar ervoor gezorgd heeft dat zijn schriftuur zo weinig mogelijk te zien is. De factuur verraadt dat de kunstenaar via dunne transparante lagen stap voor stap de afbeelding heeft opgebouwd. Deze techniek is zeer moeilijk in acrylverf. Het geeft eerder een uitstraling van een olieverfschilderij. Doordat het in acryl is gemaakt betekent het dat de kunstenaar de verf, die zeer snel drogend is en dus snel een schriftuur nalaat, heel goed beheerst. Textuur is moeilijk te onderscheiden op foto. We gaan ervan uit dat die quasi niet aanwezig is omdat de kunstenaar de bedoeling heeft om het beeld zo realistisch, bijna fotorealistisch mogelijk, heeft uitgewerkt.
Het formaat, 274 cm 213 cm is zeer groot., zeker voor het onderwerp. Dit laatste associeer je met een pasfotoformaat. Door dit formaat zo te kiezen legt hij duidelijk de nadruk op het intimistische van het portret. Niemand gaat zo dicht met zijn neus een pasfoto bekijken als je relatief gezien in een museum dit portret bekijkt. Je staat oog in oog met een hoofd die wel 10 keer zo groot is, zo groot als de toeschouwer zelf is. Dit betekent dat je het portret tot in de kleinste details kan waarnemen. Ieder wenkbrauw- of neushaartje. En dit van een man die je recht in de ogen kijkt. Daarvan krijg je toch een ongemakkelijk gevoel. Je bent in de ?persoonlijke cirkel? van die persoon. En hij verpinkt niet.
Het werk is duidelijk kader-ontkennend. De afgebeelde man loopt duidelijk verder buiten dit kader. De kunstenaar had kunnen kiezen voor een afbeelding van de volledige man in dat formaat. In dat geval had je echter nooit ?oog in oog? met zo?n figuur gestaan. Je had hoogstens tot aan zijn knie gekomen en had heel sterk ?op? moeten ?kijken?. Hier krijg je geen onderdanig standpunt, maar een evenwaardige blik. Je kijkt de man recht in de ogen.
Het schilderij is heel duidelijk lineair. Er is geen ruimte voor invulling of interpretatie. Oog, neus, oren,... alles is heel klaar afgebeeld. Er is geen verwarring mogelijk van waar de haarlijn start en waar het ophoudt.
De compositie is sterk symmetrisch. Dit benadrukt nog eens het doel om je oog in oog met de man te krijgen. Geen uitsnijding, geen achtergrond, geen diepte in de ruimte staat je dit in de weg. Geen graduele ordonnantie of contrapuntschee ordonnantie die je de aandacht naar die diepte verlegt. Enkel de man telt. Je moet en zal die man in de ogen kijken.
Er is een illusie van een 3-dimensionele man maar verder is er weinig gebruik gemaakt van ruimte. De vlakken naast de man zijn behoorlijk neutraal, ongeduid ingevuld. Het geeft het gevoel van de achtergrond van een pasfoto, zo neutraal mogelijk, om de klemtoon op de figuur te benadrukken. Tegelijkertijd speelt de kunstenaar met de psychologische ruimte van de toeschouwer. Doordat die zo dicht bij de afbeelding kan staan, komt hij in de psychologische cirkel van de man op de figuur. Dit geeft een duidelijke verwijzing naar intimiteit. Enkel mensen waarmee je een heel intieme band hebt, zie je van zo dicht. Onbekenden, zoals deze man, van zo dichtbij zien, geeft je als toeschouwer een ongemakkelijk gevoel. Je overtreedt ongevraagd een persoonlijke grens.
Het licht is heel functioneel gebruikt. Geen clair-obscuur die de aandacht op de dramatiek legt. Enkel functioneel licht. Het enige wat je moet zien is een duidelijke, neutrale figuur. Zonder extra betekenis.
Dit werk is uitgewerkt in monochromatische grijstonen. Deze keuze van deze kleuren duidt nog meer op een pasfoto. Het formaat imponeert je maar tegelijkertijd toont de kunstenaar, door de kleur uit het beeld weg te laten, op het feit dat het niet echt is. Er is een abstractie gemaakt van de man.
De afbeelding is zeer statisch. 1 centrale figuur die poseert om een afbeelding ervan te maken. Door dat zwart-wit effect vermoedt ik dat hij dit werk gemaakt heeft van een foto, een pasfoto. De man heeft enkele seconden in de lens staan kijken, heel neutraal. Die blik heeft de kunstenaar geregistreerd. Ik kan me voorstellen dat de toeschouwer echter helemaal niet statisch dit beeld gaat waarnemen. Doordat het in een ruimte hangt waar je heel dicht bij kan zal je die grens van die intieme ruimte aftasten. Je zal nieuwsgierig zijn om die intieme details in de huid waar te nemen, maar zal ook afstand willen nemen om die volledige figuur te kunnen registreren en het als een geheel te kunnen interpreteren.
Chuck Close heeft met het portret van 1969 met als titel ?Richard? de nadruk willen leggen op het onderwerp intimiteit. Hij geeft die figuur een naam. Je betreedt als toeschouwer de persoonlijke cirkel van Richard, niet van een doorsnee, een gemiddelde man of Amerikaan. Het is die van Richard. Richard kijkt trouwens ook heel ongeïnteresseerd, onverschillig, ietsje ?neerkijkend?. Hij heeft er blijkbaar geen ?last? van dat je zo dicht bij hem kan staan. Dat hij het hem niet aantrekt merk je ook aan zijn stoppelbaard en zijn warrig haar. Hij heeft zich niet direct ?opgemaakt? om mooi voor de dag te komen.
Gaat dit nu over de man, over Richard, of over de pasfoto die werd ?opblazen?? Volgens mij speelt de kunstenaar met het onderwerp intimiteit en het medium foto. Een pasfoto geeft normaal geen ongemakkelijk gevoel, maar is meestal functioneel gebruikt. Hier maakt hij een technisch perfecte vertaling van het medium foto naar het medium verf en geeft er een heel subjectief gevoel aan ipv die neutrale, objectieve oorspronkelijke foto.
Droog pigment in synthetische hars op doek op hardboard.
190 cm X 138 cm
Dit is een reproductie van een schilderij. We zien een egaal blauw vlak. Een 2 dimensioneel werk. Het gebruikte materiaal is droog pigment in synthetische hars op doek. Hoewel we het moeilijk op de reproductie kunnen zien is het schilderij bewust gemaakt zonder textuur, schriftuur, noch fractuur. De schilder wil dus dat de toeschouwer dit werk niet ziet als een schilderij, maar als een blauw vlak. Je ziet geen manipulatie van de verf, het is er gewoon in 1 egale volle laag.
Het formaat is vrij groot. Dit maakt het technisch ook extra moeilijk om het vlak zo egaal te maken. Hiervoor was dus een heel gerichte techniek nodig om te zorgen dat het volledig vlak kan getoond worden. Dit verklaart waarschijnlijk waarom de kunstenaar het werk niet heeft opgespannen zoals de meest voor de hand liggende manier van het presenteren van een doek. Hij koos ervoor om het doek op een plat, vast vlak, hardboard te verkleven. Dit garandeert een egale uitbelichting en verhindert dat er ?gegolfde? effecten met verschillende toonkleuren verschijnen. Hij kiest resoluut voor ?egaal? en sluit alle mogelijke factoren uit die dat kan in de weg staan.
Het werk is duidelijk kaderbevestigend. Het beeld stopt duidelijk met het kader. Tenzij je het zou presenteren op een eenzelfde kleur muur of kamer, maar dat heeft hij niet zo bedoeld. Het moet dus een blauw vlak zijn dat loopt tot de kader en daar stopt het.
Je kan het werk niet lineair of picturaal beschouwen. Het biedt geen informatie waardoor je die keuze kunt maken. Compositorisch heeft de kunstenaar gekozen om geen compositie te kiezen. Geen afleiding, enkel 1 vlak. Geen vorm of restvorm, geen diepte met graduele of contrapuntschee ordonnantie. Geen beweging. Hoe je je ook voor het schilderij beweegt, je blijft 1 plat vlak, een grote egale massa van hetzelfde zien. Geheel onrealistisch en desoriënterend.
De kunstenaar is heel bewust bezig geweest met licht. Licht zorgt immers voor schaduw wat een diepte suggereert. Doordat hij duidelijk een plat vlak ambieert moest hij dus alle vorm van diepte weghalen.
Hij koos voor 1 kleur: ultramarijn blauw. Geen contrast in kleur, kwaliteit, koud of warmte, expressie. Enkel 1 monochroom kleur. 1 duidelijke keuze die hij ook repeteert over verschillende andere van zijn werken, zowel schilderijen als sculpturen.
Zoals eerder gezegd, voor 1 plat vlak van hetzelfde kleur in dit formaat oogt dit werk waarschijnlijk zeer groot. Als je er op 1 meter vandaan staat, is je volledig gezichtsveld bijna gevuld met dit blauwe vlak. Dit moet een bepaald desoriënterend, duizelingwekkend effect geven aan de toeschouwer. Iets waardoor je tijd en ruimte en realiteit verliest.
De kunstenaar Yves Klein benadrukt met de titel ?Monochrome Blue? in 1959 opnieuw dat ene schilderkundig element uit een hele reeks van mogelijkheden. Een héél extreme vorm van minimalisme. Enkel het minimum is aanwezig: een canvas, pigment. Al de rest zijn ?weggewerkt.? Het is één van de duidelijkste werken rond abstractie.
Mixed Media, houten stoel en 2 foto?s 200 cm X 271 cm X 44 cm
Dit is een afbeelding van een installatie bestaande uit 3 elementen: een zwart-wit foto van een stoel, een tekstuele omschrijving van een stoel en het voorwerp stoel zelf. Het is een assemblage, een ruimtelijk werk van 2 2-dimensionele werken en 1 3-dimensioneel voorwerp. De kunstenaar ?zegt? 3 keer hetzelfde op een andere manier. 1 keer in tekst, de semantische beschrijving van het woord stoel, 1 keer in een foto van het onderwerp op een iets kleinere schaal dan de werkelijkheid en 1 keer door het voorwerp zelf te tonen onder de vorm van een ready-made. Nochtans zou je op het eerste zicht kunnen verwachten dat de zwart-wit foto het kunstwerk is, de stoel er voor het museumpersoneel is vastgezet, en de beschrijving als verduidelijking dient. Dit is zeker niet het geval. Het gaat over die ?standaard? stoel en enkele variaties, associaties erop.
De nadruk ligt dus niet op een speciaal eigen ontwerp van een stoel. Hij toont geen factuur, noch schriftuur. De stoel komt ?alledaags? en tijdloos over. Het straalt geen tijdsgeest of andere betekenis uit dan het feit dat het is, namelijk stoel, een voorwerp met poten, een zitting en een rugleuning. Het idee gaat boven de uitwerking, waar op zich niet zoveel moeite of persoonlijke touch aan is gegeven. Het onderwerp van dit werk is dus duidelijk ?de stoel? want hij demonstreert 3 keer hetzelfde, maar ook weer anders. De kunstenaar legt dus de nadruk dat je hetzelfde kan ?zeggen? maar op verschillende manieren. Zie je het als toeschouwer in het echt, zie je er een foto van of lees je het woord en de beschrijving van de stoel. Je krijgt hetzelfde ?mentale model? in je hoofd, een standaard stoel.
Volgens mij is het werk kaderontkennend. De stoel zelf en de 2 foto?s zijn wel afgebakend in de ruimte, maar maken er tegelijkertijd ook deel van uit. Je kan in principe in het werk stappen, erin participeren. Het kunstwerk heeft geen einde, maar loopt door in de werkelijkheid.
Het werk is volgens mij ook lineair. Geen ruimte voor interpretatie van het onderwerp. Het geeft een ?klare lijn.?
Compositorisch is het werk vrij symmetrisch opgebouwd. Het object in het midden en 1 reproductie aan elke zijde. De centrale positie van het object benadrukt dat dit het belangrijkste onderwerp is: dit is ?The one.?
Er zit niet direct diepte in de opstelling. Het onderwerp en de foto?s zijn gewoon tegen de muur gezet. Je moet ook niet rond deze stoel kunnen lopen, want zo speciaal is het niet. Dit benadrukt de status van de stoel als banaal onderwerp.
Het licht heeft geen andere functie dan de objecten te tonen.
De kleuren zijn heel natuurlijk gekozen. Het is gewoon een houten stoel in natuurtinten. De foto van de stoel is in zwart-wit afgedrukt. Daar benadrukt de kunstenaar het ?reproductie? effect. Hij haalt de kleur uit de foto en abstraheert het al een stuk hierdoor. In de afbeelding met de tekst is de abstractie eigenlijk totaal. Je ziet geen stoel meer, je weet het gewoon door de woorden die erop staan.
Het geheel oogt volledig statisch. Er is geen enkele illusie van beweging. Er is enkel ritme in de repetitie van het onderwerp maar dat is een abstracte vorm van repetitie. Visueel zie je 3 verschillende dingen. 2 foto?s en 1 voorwerp. Praktisch heeft de kunstenaar wel tijd nodig gehad om de 3 elementen samen te brengen. Hij heeft een intellectueel proces doorgemaakt in de tijd om dit kunstwerk te produceren.
Strikt gezien suggereert de kunstenaar je op een bepaalde plaatst in de ruimte te staan zodat de stoel er in werkelijkheid identiek uitziet als die op de foto. Op deze plaats zijn de 3 elementen het duidelijkst te intepreteren. Maar je kan er als toeschouwer zelf ook een andere positie voor kiezen.
De kunstenaar speelt met de waarneming en de abstractie van het concept stoel. Je kan het zien, bij wijze van spreken zelfs aan de lijve uittesten. Het verheft dat banale onderwerp als een stoel tot een kunstwerk. Door dit zo in beeld te brengen laat de kunstenaar jou stilstaan bij iets zo banaal als een stoel. Hij verlegt je focus op het semantisch spel.
Het kunstwerk is van de hand van Joseph Kosuth en is in 1965 gemaakt. In die jaren was kunst vooral conceptueel. De kunstenaar legt vooral de klemtoon op het intellectuele aspect van kunst. In het werk ?The One and Three Chairs? De titel luidt: ?de ene (echte) en de 3 stoelen?, nochtans zijn er maar 3 stoelen afgebeeld en geen 4. Wat is nu precies ?the one? van die 3 stoelen? De tekst, de foto of de stoel zelf?
We zien hier 2 foto?s van een 3D-werk, een installatie van 5 elementen. Het is me niet precies gekend wat de dragers precies zijn. 1 van de elementen is een dubbel bolle spiegel. De andere 4 zijn schilderijen vermoedelijk gemaakt uit olieverf op een acryl dubbel bol lichaam. (Dit leidt ik af uit ander vergelijkbaar werk die wel gedocumenteerd zijn door de kunstenaar zelf. Zie www.thomashuyghe.com.) De kunstenaar speelt hier met dimensies. De elementen op zich zijn schilderijen, maar ze zijn niet vlak, maar bol. Het is dus op de grens tussen 2D en 3D werk. Hij benadrukt dat spel door hier 2 keer 4 schilderijen samen te presenteren in combinatie met een bolle spiegel. Hij kiest niet voor 1 of 2 afbeeldingen maar bewust 2 keer 4 verschillende afbeeldingen. Het bolle effect van de elementen wordt door de bolle spiegel nog overdreven. Zo blijven het eigenlijk geen 5 elementen, maar lijken het er wel 17 (8 afbeeldingen met hun weerspiegelingen in de dubbele bolle spiegel). Hij speelt met realiteit en indruk. Door de keuze van zijn materialen, bolle oppervlakken weerspiegeld door een bolle spiegel blaast hij zijn boodschap bijna letterlijk op. Hij beklemtoont het bolle, overdreven effect van de schilderijen exponentieel door het gebruik van de dubbel bolle spiegel.
De textuur geeft eerder een effen vlak effect op de bolle lichamen. Op vlak van de factuur lijken de afbeeldingen niet echt pasteus maar eerder in lagen vlak geschilderd. De afbeeldingen komen behoorlijk op het eerste gezicht realistisch over. Toch merk je een duidelijke verftoets in zijn schriftuur. Het zijn geen foto?s, noch de weerspiegelde realiteit, het zijn duidelijk schilderijen. De kunstenaar wil dat we dit als toeschouwer zo percipiëren. Het is niet echt. Het is niet ons eigen gezicht die we in een reeks bolle spiegels zien. Het zijn geschilderde afbeeldingen, met 1 bolle spiegel ertussen.
Het formaat werd niet direct bij het werk beschreven. Als we het werk zien hangen in de ruimte waar het nu gepresenteerd is (De Zebra, in de Zebrastraat) dan schat ik dat de elementen elk ongeveer 50 cm diameter hebben. Het totale werk lijkt me een 200 cm op 200 cm groot. Dit is toch wel vrij groot. De 4 geschilderde elementen tonen de afbeelding van een gezicht, in close up. Het lijkt me een vrij realistisch formaat van een gezicht in een bolle spiegel. Die toont ook groter dan de werkelijke grootte van het gezicht.
Het werk is duidelijk kaderontkennend. De gezichten van de afbeeldingen lopen duidelijk verder buiten zijn kader. Dit benadrukt de kunstenaar extra, door de spiegel te gebruiken. Zo betrekt hij de realiteit in zijn werk. De werkelijkheid eromheen maakt er deel van uit. Maar enkel in een gereflecteerde vorm.
De schilderijen zijn lineair. Het is klaar en duidelijk dat dit gezichten zijn. Geen discussie mogelijk.
De kunstenaar heeft gekozen voor een heel bewuste uitsnijding van enkel het gezicht. Enkel de elementen van het gezicht staan erop, met moeite. De ogen zijn op sommige afbeeldingen voor een stuk afgesneden. Ze kunnen er niet volledig op en geven een in elkaar geduwd effect. De neus, maar vooral de mond staan heel centraal. Het gaat dus duidelijk om de essentie van de mens: zijn gezicht. Elk schilderij op zich is behoorlijk symmetrisch. De neus centraal op het beeld. In de installatie staat de dubbel bolle spiegel centraal van alle 5 elementen. Hiermee benadrukt de kunstenaar de weerspiegeling als centraal punt van het werk.
De kunstenaar creëert 5 vormen, cirkelvormige, bolle oppervlakken. 4 van de 5 beschildert hij volledig met gezichten. Er is geen ruimte voor restvormen. Zelfs de realiteit errond wordt gekapteerd in de dubbel bolle spiegel.
In de schilderijen laat de kunstenaar niet meer diepte toe dan de schaduwen op het gezicht die de diepte van de neus en de wangen vormgeven. Verder is het het bolle effect van de drager die voor een zekere diepte zorgt.
De kunstenaar kiest ervoor om de 5 lichamen midden in de ruimte te hangen. Niet tegen een muur maar in een 3D vorm. Je kan errond lopen. Vanuit elke positie zie je de verschillende gezichten en hun weerspiegeling, samen met de realiteit eromheen. Door het feit dat hij een dubbel bolle spiegel kiest kan je niet rond zijn boodschap heen. Je zal het gezien hebben vanuit elke positie. Van welke kant je het ook bekijkt, zowel jij als de 4 schilderijen errond worden gereflecteerd. Dit is nog belangrijker dan de omringende elementen op zich. De 4 schilderijen staan op verschillende hoogtes van de dubbel bolle spiegel. Ze staan niet op eenzelfde lijn. Ze staan gepositioneerd als hemellichamen, op een duidelijke gekozen positie, met de spiegel centraal.
In de schilderijen is niet speciaal gewerkt met licht als doel op zich. Enkel om de nodige schaduwen en diepte in een gezicht te steken. De hele installatie zelf is echter bewust gepositioneerd onder een dakkoepel. Dit biedt overdag zonlicht van boven. Het geeft de lichamen een realistische tint.
De afbeeldingen zijn in realistische kleuren geschilderd. Een realistische huidskleur. Hierdoor benadrukt hij het gewone ?mens zijn.?
Die afbeeldingen van gezichten zijn duidelijk momentopnames. Niemand staat daar een uur aan een stuk in zo?n overdreven lachende positie. De werken zijn naar alle waarschijnlijkheid gemaakt van foto?s. Een soort ?freeze frames.? Het moment stilgezet. Dit staat dan weer in contrast met het mobiele van de installatie zelf. Ieder schilderij kan vrij rond draaien in de ruimte. Hier zorgt de omgeving voor de beweging. Iets wat niet gepland is of gecontroleerd wordt. Maar hoe de elementen op zichzelf ook draaien, 1 element, de dubbele bolle spiegel blijft centraal. In die spiegel blijf je steeds de reflectie van een aantal schilderijen zien.
Om het kunstwerk te zien hangen, moet je ernaar opkijken. Je kan het bekijken van op een verdieping, maar zeker vanuit de benedenverdieping moet je echt ?naar het werk opkijken.? Je voelt je heel klein tegenover die indringende gezichten. Dit benadrukt het dramatisch effect. Je hebt de neiging om eronder en errond te lopen, om alles goed te kunnen waarnemen. Want je kan het nooit volledig in 1 keer waarnemen. Het bevat zoveel zijden met hun weerspiegelingen die je niet allemaal tegelijk kunt waarnemen van op 1 plaats. Je hebt tijd nodig om dit werk te bekijken. Het laat je blik niet los.
Wat stelt het werk voor? Het zijn verschillende close ups van lachende gezichten, die weerspiegeld en benadrukt worden door de bolle spiegel. Zijn het echte gezichten? Zijn het foto?s? Zeker niet, maar toch leunt het heel dicht bij de werkelijkheid aan. Ze zijn overdreven. Ze zijn in elk geval niet realistisch. Niet echt. Te mooi. Ze lachen te fel. Ze lijken gekunsteld, geforceerd te lachen.
Met de titel ?Thorazine Sunrise? benadrukt de kunstenaar het kunstmatig geluk die in de maatschappij wordt gecreëerd. Thorazine is een geneesmiddel tegen depressies en is ook verantwoordelijk voor een kunstmatige, overdreven lach aan de gezichten, een onecht positief effect.
4de jaar schilderkunst op de academie betekent sowieso ook het verplicht volgen van een cursus kunstgeschiedenis met een examen eraan verbonden. Voor mij was dit alvast geen straf. Ik heb ervan genoten van de eerste tot de laatste les.
De cursus werd gegeven door Fiorella Stinders, iemand die heel enthousiasmerend en boeiend die stof kan brengen. Ze heeft de cursus opgesplitst in 2 delen. Tijdens de eerste 5 lessen volgde ze het boek van Ad Vissers, Hardop Kijken. Stap voor stap gingen we dieper in op de verschillende vorm- en beeldelementen van de beeldtaal:
standpunt of plaatsing van het kunstwerk tegenover de toeschouwer
waarover gaat het inhoudelijk? Wat zie je?
Pas na het analyseren van al deze elementen en het opnieuw maken van alle keuzes die de kunstenaar zelf heeft gemaakt lees je de titel en plaats je het werk in een context en betekenisperspectief.
Dit is alvast een héél interessante techniek om eender welk kunstwerk, zonder enige achtergrondkennis van de kunstenaar of het werk, te kunnen "lezen" of "begrijpen." Het vergt natuurlijk wel wat oefening want als je altijd alle aspecten moet overlopen neemt dat natuurlijk serieus wat tijd in beslag, tijd dat tijdens het bezoeken van een tentoonstelling toch altijd krap is.
In het tweede deel van de cursus konden we aan de hand van documentaires kennismaken met een hele reeks kunstenaars uit verschillende disciplines:
Richard Long: landart
Andy Goldsworthy: landart
Alexander Calder: installaties vooral met beweging
Andy Warhole: schilder
Guilbert and George: fotokunst
William Kentridge: tekenaar, schilder, acteur, regisseur
Peter Greenaway: schilder en filmkunstenaar
Bill Viola: videokunstenaar
Jan Fabre: verschillende disciplines zowel beeldend als podiumkusten
Marina Abramovic: performance
Anselm Kiefer: schilder
Een aantal kunstenaars kende ik al. De grootste ontdekkingen voor mij waren Calder, Guilbert en George, maar vooral Kentridge.
Als kers op de taart wordt het 4de jaar, die bekroond wordt met een diploma, afgerond met een examen waarin je onder andere de techniek van morfologisch benaderen van kunstwerken moet toepassen. In de volgende posts kan je de vragen en mijn antwoorden meelezen. Je mag me altijd helpen of corrigeren, maar voor alle duidelijkheid, ik heb het daarstraks doorgemaild, dus je hulp zal niet meer baten voor mijn punten ;-)
Vorige week voor kregen we in de academie onze tussentijdse evaluatie. De bedoeling is dat je je werk dat je dit jaar hebt gemaakt eens toont en hoort waar je moet bijsturen. Praktisch verloopt het zo dat je een selectie tentoonstelt en kort voorstelt wat je bedoeling is. Het lerarenkorps van de schildersrichting en de groep medestudenten komen je werk bekijken en becommentariëren.
Ik had mijn werk tentoongesteld in de gang. De andere studenten toonden alles vanop hun plaatsje in het atelier, maar ik sta daar zo benepen dat het echt niet lukte om 3 werken van 100X120 cm, 1 werk van 100X50cms en 1 werk van 100X100cm samen met mijn schetsmap en -boek te tonen. In de gang was gelukkig geen andere activiteit gepland dus daar kwamen ze mooi tot hun recht. Jammer genoeg ben ik vergeten een foto ervan te nemen.
Na 1 voorbereidend jaar en 4 jaar schilderkunst blijft dit toch nog altijd een spannend moment. Dit jaar was ik er iets geruster in. Ik had regelmatiger feedback gekregen tijdens het jaar en het e-atelier is ook een ideaal klankbord om te voelen of je in de goeie richting zit.
En wat is nu eigenlijk mijn bedoeling? Het is en blijft mijn doel mijn eigen wereld te kunnen creëren. Organisch, fantastisch, utopisch. Dit vergt echter heel veel geduld om dat te bouwen en te vinden. En zeker als ik het niet vind stijgt de frustratie. Hier heb ik nu een antwoord op gevonden door met een andere schildertechniek, nat in nat, acryl en met de vingers, en met onderwerpen die mij emotioneel doen loskomen een verhaal te kneden. Dit vergt heel veel energie. Zowel het uitdenken van het verhaal als het praktisch uitwerken. Door het loskomen van deze energie heb ik weer geduld om verder te werken aan de ruimtes. Tot nu toe voel ik me hier goed bij en ben tevreden met het resultaat. Maar wie weet kan ik die 2 stijlen nu dichter naar elkaar laten evolueren zodat ik een nieuw contrast in 1 werk krijg.
En hoe was de feedback? Het was... goed. Vorige keren kreeg ik meer te horen van: "het is goed, je experimentele werkmethode is goed, je tekeningen zijn sterk, maar het komt er nog niet uit. Er is teveel aarzeling, te weinig lef. Maar doe zo voort, het komt." Deze keer leek het meer op "het is echt goed." Ik heb in de laatste maanden blijkbaar toch die aarzeling eruit kunnen halen.
Een aantal notities uit de lerarenfeedback die een lieve collega student voor mij heeft genoteerd: De stoel en de stier vonden ze:
interessant
de oerkracht in de stier heeft een mooi contrast met het zeteltje
het heeft een bepaalde inhoud
het geeft stemmingen weer
krachtig
Van de ruimtes vonden ze:
er komt beweging uit vanuit een calligrafische schriftuur door meer en meer je hele lichaam in grotere werken te gebruiken
je herhaalt je niet maar blijft herbronnen
Woaw, dat deed me deugd. Ik heb hen zelfs overtuigd om me meer ruimte te geven in het atelier. Volgende week verhuis ik.
Een psychologe in de internet business? That's me. Gestart in HRM, over e-Learning en e-Business tot e-Commerce bij Jetair. Daarnaast kunstschilder aan de Academie Gent die de grens tussen (binnenhuis) design en schilderen ontdekt. En gepassioneerd door het huis dat we restaureren. LinkedIn.ilse@jansoone.be.